Hoofdstuk 5

Humanitaire hulp

Co–rdinatie van humanitaire hulp
   •
Reageren bij noodtoestanden
    Co–rdinatie van noodhulp
Hulpverlening en bescherming
   Bescherming van kinderen in oorlogszones
    Beschermers beschermen
Internationale bescherming en ondersteuning van vluchtelingen
   Vluchtelingen in eigen land
    Mensen op de vlucht (statistieken)
    Palestijnse vluchtelingen


Sinds de eerste geco–rdineerde hulpoperaties in Europa na de verwoestingen en massale vluchtelingenstromen tijdens en naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog, heeft de internationale gemeenschap geregeld een beroep gedaan op de VN voor noodhulp bij natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen die het vermogen van nationale overheden te boven gingen. Nu is de Organisatie een belangrijke verstrekker van noodhulp en bijstand op langere termijn, een katalysator voor inspanningen van regeringen en hulporganisaties, en een pleitbezorger voor de belangen van slachtoffers van rampen.

De afgelopen tien jaar zijn vooral burgeroorlogen de belangrijkste oorzaak van noodsituaties. Alleen al in 1999 werden miljoenen mensen door oorlogen uit hun huizen verjaagd ‚ 1,2 miljoen in Angola, 850.000 in Kosovo, 750.000 in EthiopiÎ en Eritrea, 550.000 in Oost-Timor, 200.000 in TsjetsjeniÎ en talloze anderen in andere conflicten in de wereld.

In 1998 (het laatste jaar waarvoor informatie beschikbaar is) leidden natuurrampen ‚ overstromingen, droogte, stormen en aardbevingen ‚ tot de dood van meer dan 50.000 mensen; de economische schade bedroeg 90 miljard dollar. Dit was in ÈÈn jaar meer dan het totale bedrag voor de jaren tachtig. Meer dan 90 procent van de slachtoffers van rampen leeft in ontwikkelingslanden ‚ een frappant bewijs van de mate waarin armoede, overbevolking en de achteruitgang van het milieu verantwoordelijk zijn voor nog meer pijn en verwoesting.

Weer oplaaiende conflicten en de escalatie van de menselijke en financiÎle kosten bij natuurrampen, zetten de VN op twee fronten aan het werk. Enerzijds verzorgt de Organisatie vooral via haar operationele organen noodhulp voor slachtoffers; anderzijds zoekt ze naar meer doeltreffende strategieÎn om in de eerste plaats noodsituaties te voorkomen.

Bij rampen haasten de VN en haar agentschappen zich om humanitaire hulp te bieden. Alleen al in 2000 lanceerde het Bureau voor de co–rdinatie van humanitaire aangelegenheden 16 interagentschappelijke oproepen die 1,4 miljard dollar opleverden om 35 miljoen mensen in 16 landen en gebieden te helpen. Het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen biedt jaarlijks internationale bescherming en hulp aan 22 miljoen mensen ‚ vluchtelingen en een groeiend aantal ontheemden. Het Wereldvoedselprogramma verzorgt een derde van alle voedselhulp en redt daarbij miljoenen levens.

Bij rampenpreventie probeert men de kwetsbaarheid van gemeenschappen voor rampen te verminderen en de menselijke oorzaken ervan aan te pakken. Tijdig alarm is heel belangrijk voor preventie op korte termijn en de VN-organisaties voeren hun deskundigheid op dit vlak dan ook gestaag op: de Voedsel- en Landbouworganisatie houdt toezicht op dreigende hongersnoden, terwijl de Wereld Meteorologische Organisatie zich bezighoudt met het voorspellen van tropische stormen en het volgen van droogte. Voorbereid zijn is al even belangrijk: het VN-Ontwikkelingsprogramma helpt rampgevoelige landen bij het opzetten van rampenplannen en andere voorbereidende maatregelen.

Conflictpreventie (zie hoofdstuk 2) impliceert strategieÎn als preventieve diplomatie, preventieve ontwapening en bevordering van de mensenrechten. Recente crises illustreren duidelijk het verband tussen oorlog en schendingen van mensenrechten enerzijds en vluchtelingenstromen anderzijds. Langetermijnpreventie pakt de oorzaken aan de basis van conflicten aan en richt zich op het bevorderen van veiligheid, economische groei, goed bestuur en naleving van de mensenrechten ‚ de beste bescherming tegen natuurlijke of, zoals steeds vaker het geval is, door de mens veroorzaakte rampen.



Co–rdinatie van humanitaire hulp

De laatste tien jaar zijn burgeroorlogen in aantal en intensiteit toegenomen. Deze conflicten hebben geleid tot grootschalige humanitaire crises in complexe politieke en militaire situaties ‚ met veel slachtoffers, vluchtelingen en verstrekkende gevolgen voor samenlevingen. In antwoord op deze 'complexe noodsituaties' voerde de VN haar deskundigheid op om doeltreffend en snel te kunnen reageren.

In 1991 installeerde de Algemene Vergadering de Permanente commissie voor interagentschappelijk overleg (IASC) voor de co–rdinatie van de internationale hulpverlening bij humanitaire noodsituaties. De VN-noodhulpco–rdinator staat op dit vlak centraal binnen de Organisatie en treedt op als de belangrijkste beleidsadviseur, co–rdinator en pleitbezorger voor kwesties rond humanitaire noodsituaties. De noodhulpco–rdinator leidt het Bureau voor de co–rdinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) dat de VN-hulpverlening co–rdineert bij humanitaire rampen die het vermogen en het mandaat van afzonderlijke agentschappen overstijgen.

Bij complexe noodsituaties zijn er veel participanten ‚ regeringen, NGO's, VN-agentschappen ‚ die tegelijkertijd reageren. OCHA zorgt ervoor dat er een samenhangend kader is waarin iedereen snel en doeltreffend zijn bijdrage kan leveren.

In geval van nood co–rdineert OCHA de internationale hulp. Het pleegt overleg met het VN-Landteam in het betrokken land en voert op het hoofdkantoor overleg met de verschillende agentschappen over de prioriteiten. Vervolgens steunt OCHA de co–rdinatie van activiteiten in het betrokken land.

Reageren bij noodtoestanden

Bij noodtoestanden en rampen moeten snel alle middelen worden ingezet ‚ menselijke, financiÎle en logistieke. OCHA ontwikkelde mechanismen om snel en doeltreffend te reageren.

Het dag en nacht alerte Disaster Response System zorgt ervoor dat men voortdurend is voorbereid op rampen: het houdt toezicht op plaatselijke situaties om natuur- en milieurampen, en industriÎle ongevallen te identificeren en om de reactie van de internationale gemeenschap te co–rdineren.

VN-teams voor rampentaxatie en -co–rdinatie zijn onmiddellijk inzetbaar bij complexe noodsituaties. De teams zijn samengesteld uit speciaal daartoe opgeleide nationale noodhulpdeskundigen en OCHA-personeel, en kunnen binnen een paar uur de autoriteiten helpen bij het vaststellen van de hulpbehoefte en de hulpco–rdinatie op zich nemen.

Bij een ramp co–rdineert OCHA de mobilisering en inzet van burgerlijke en militaire hulpbronnen ‚ gespecialiseerd personeel en noodvoorraden ‚ uit landen en internationale organisaties. OCHA heeft ook een centraal register voor faciliteiten voor rampenbeheersing opengesteld dat beschikbaar is voor internationale hulpverlening. Bij een centraal magazijn voor noodvoorraden in Pisa (ItaliÎ) kunnen vliegtuigen een tussenstop maken om zich te bevoorraden.

Verder zijn in veel rampgevoelige ontwikkelingslanden ook VN-rampenbeheersingsteams opgericht, die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van VN-organisaties in die landen en onder leiding staan van de plaatselijke co–rdinator (meestal de UNDP-vertegenwoordiger). Deze teams treffen regelingen voor de co–rdinatie van hulpacties voordat zich een nieuwe ramp voordoet.

In samenwerking met internationale organisaties en NGO's hielp de VN bij de lancering van programma's in meer dan 70 landen om ervoor te zorgen dat deze beter zijn voorbereid op eventuele rampen.

Het Bureau co–rdineert missies te velde van operationele VN-organisaties om de hulpbehoefte te taxeren; verzoekt namens diverse VN-organisaties om fondsen voor humanitaire hulp; organiseert donorvergaderingen en regelt de follow-up daarvan; ziet toe op de betaling van toegezegde middelen; en produceert rapporten om donoren en anderen op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Gemiddeld worden er jaarlijks 27 interagentschappelijke oproepen gedaan. Sinds 1992 wierf men zo meer dan 12 miljard dollar voor noodhulp.

OCHA werkt samen met partners uit de wereld van de hulpverlening aan consensus over te voeren beleid en aan het in kaart brengen van specifieke humanitaire kwesties die hun operaties ter plaatse aan het licht brengen. Het Bureau zorgt ervoor dat humanitaire kwesties aan de orde worden gesteld, met inbegrip van kwesties die tussen de mandaten van humanitaire organisaties vallen zoals de benarde toestand van ontheemden (vluchtelingen in eigen land).

Co–rdinatie van noodhulp

De Permanente commissie voor interagentschapsoverleg brengt alle belangrijke humanitaire agentschappen binnen en buiten de VN bij elkaar. De Commissie wordt voorgezeten door de VN-noodhulpco–rdinator en ziet toe op de internationale respons bij noodtoestanden. De deelnemers zijn:

•     De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen die humanitaire hulp biedt aan vluchtelingen en ontheemden (begroting programma in 2000: 965,2 miljoen dollar);

•     Het Wereldvoedselprogramma dat voedselhulp biedt aan slachtoffers (uitgaven voor hulpactiviteiten: 1,1 miljard dollar in 1999);

•     Het Kinderfonds van de VN dat de hulp toespitst op vrouwen en kinderen (uitgaven voor humanitaire hulp: 188 miljoen dollar in 1999);

•     De Voedsel- en Landbouworganisatie die helpt bij het herstellen van de landbouwproductie (begroting voor hulpoperaties: 169 miljoen dollar in 2000);

•     De Wereldgezondheidsorganisatie die hulp biedt op het vlak van gezondheid (begroting hulpoperaties voor 2000-2001: ca. 400 miljoen dollar);

•     Het VN-Ontwikkelingsprogramma dat fondsen mobiliseert voor hulpoperaties en de humanitaire hulp in de getroffen landen co–rdineert;

•     De Wereldbank die na conflicten herstel- en wederopbouwprojecten steunt;

•     Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens, dat de naleving van de mensenrechten stimuleert met juridische steun en zijn aanwezigheid ter plaatse;

•     Belangrijke intergouvernementele humanitaire organisaties ‚ de Internationale Organisatie voor Migratievraagstukken, het Internationale ComitÈ van het Rode Kruis, de Internationale federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maan-verenigingen;

•     De speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor ontheemden:

•     Drie internationale consortia van niet-gouvernementele organisaties ‚ InterAction, de Internationale Raad van Vrijwilligersverenigingen en de Stuurgroep voor humanitaire actie.

Andere agentschappen kunnen op ad hoc-basis worden ingezet.

Als pleitbezorger voor humanitaire kwesties spreekt OCHA voor de stille slachtoffers van rampen en ook zorgt het ervoor dat de meningen en belangen van de humanitaire gemeenschap gestalte krijgen in het geheel van inspanningen voor herstel en vrede. OCHA roept op tot meer respect voor humanitaire normen en waarden en richt de aandacht op specifieke kwesties zoals onbelemmerde toegang tot getroffen volkeren, humanitaire gevolgen van sancties, anti-persoonsmijnen en op de ongecontroleerde toename van kleine wapens.

OCHA beheert het centraal noodhulpfonds, een cashflowmechanisme om in noodsituaties snel hulp te kunnen verlenen. Het is bedoeld om humanitaire organisaties met cashflowproblemen te helpen in afwachting van het beschikbaar komen van donorgelden. De ontlenende organisatie moet het geleende bedrag binnen een jaar terugbetalen. Sinds 1992 hebben organisaties al bij 50 aangelegenheden geld geleend van het fonds en is er al 127 miljoen dollar terugbetaald.

OCHA beheert voorts ReliefWeb, 's werelds belangrijkste humanitaire website dat de laatste informatie over noodsituaties in de wereld geeft (zie www.reliefweb.int).


Hulpverlening en bescherming

Vier VN-organen ‚ UNHCR, WFP, UNICEF en UNDP ‚ spelen een centrale rol bij het bieden van bescherming en hulp bij humanitaire crises.

De meeste vluchtelingen en ontheemden zijn vrouwen en kinderen. In dringende noodsituaties werkt het Kinderfonds van de VN (UNICEF) nauw samen met andere hulporganisaties aan het herstellen van fundamentele voorzieningen zoals water en algemene hygiÎne, het opzetten van scholen en inentingsprojecten, en het leveren van medicijnen en andere voorraden aan de ontwrichte bevolking.

UNICEF roept regeringen en strijdende partijen ook voortdurend op om kinderen beter te beschermen. De programma's in conflictzones houden zich ook bezig met onderhandelingen over bestanden om kinderen te bereiken, bijvoorbeeld in het kader van vaccinatiecampagnes. Als voorlopers van het concept ëkinderen als vredeszoneí, heeft UNICEF zogeheten rustdagen en vredescorridors ingesteld in oorlogsgebieden. Speciale programma's helpen getraumatiseerde kinderen en herenigen kinderen zonder begeleiding met hun ouders of andere gezinnen. In 1999 bood UNICEF humanitaire hulp in 39 landen.

Het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) speelt een centrale rol bij de co–rdinatie van activiteiten voor het inperken, voorkomen en anticiperen van natuurrampen. Als zich een ramp voordoet, co–rdineren de plaatselijke UNDP-co–rdinatoren hulp- en hersteloperaties op nationaal niveau. Regeringen doen vaak een beroep op UNDP voor hulp bij de formulering van herstelprogrammaís en om donorgelden een goede bestemming te geven.

Bescherming van kinderen in oorlogszones

In meer dan 30 landen worden meer dan 300.000 jongeren onder de 18 meedogenloos uitgebuit als soldaten. Sommigen van hen ‚ jongens Èn meisjes ‚ zijn amper zeven of acht jaar oud. De afgelopen tien jaar stierven 2 miljoen kinderen in (burger)oorlogen; 6 miljoen kinderen raakten verminkt of invalide. Nog veel meer kinderen die achterbleven als wees of van hun ouders werden gescheiden, zijn getraumatiseerd door hun strijd om te overleven. Om deze tragedie aan te pakken zijn diverse maatregelen getroffen:

•     De Veiligheidsraad riep staten op zich meer in te spannen om een einde te maken aan het inzetten van kindsoldaten. Een deel van het mandaat van vredesoperaties richt zich specifiek op de bescherming van kinderen, en twee nieuwe vredesmissies ‚ in Sierra Leone en de Democratische Republiek Congo ‚ werken met niet-militaire deskundigen op het vlak van kinderbescherming.

•     De speciale vertegenwoordiger voor kinderen en gewapende conflicten, Olara Otunnu, vraagt sinds 1997 wereldwijd aandacht voor de impact van conflicten op kinderen en probeert politieke steun te krijgen bij regeringen en maatschappelijke organisaties voor een betere bescherming van de kinderen. Beschermende basisinitiatieven waarvoor hij pleit zijn onder meer kinderwelzijn een vast onderdeel maken van de vredesagenda en de behoeften van kinderen centraal stellen bij hersteloperaties na conflicten. Hij bezoekt oorlogsgebieden en roept strijdende partijen dringend op de veiligheid van kinderen te verzekeren, geen burgerdoelen zoals scholen en ziekenhuizen aan te vallen en geen kinderen onder de 18 meer te rekruteren.

•     UNICEF werkt al lang nauw samen met regeringen en rebellenbewegingen om kindsoldaten te demobiliseren, met hun familie te herenigen en hun sociale reÔntegratie te bevorderen.

•     De Algemene Vergadering keurde in 2000 het ontwerp goed voor een Facultatief protocol bij het Verdrag voor de rechten van het kind, waarin staten overeenkomen de dienstplichtige leeftijd te verhogen van 15 tot 18 jaar. In de Millenniumverklaring drongen wereldleiders aan op de ratificatie en volledige tenuitvoerlegging van het verdrag en het protocol.


UNDP en hulporganisaties werken nauw samen om ervoor te zorgen dat hulpoperaties de weg vrijmaken voor ontwikkeling op lange termijn. UNDP steunt programma's gericht op de ontwapening van oud-strijders, ontmijningscampagnes, de terugkeer en reÔntegratie van vluchtelingen en ontheemden, en de wederopbouw van bestuurlijke instellingen.

Om ervoor te zorgen dat de beschikbare middelen maximale effect sorteren, wordt elk project uitgevoerd in overleg met plaatselijke en nationale autoriteiten. Deze gezamenlijke aanpak draagt bij dat noodhulp een duurzame dimensie krijgt en honderdduizenden slachtoffers van wapengeweld bereikt. Dankzij opleidingsprogrammaís, leningen en infrastructurele projecten zijn veel door twisten verscheurde gemeenschappen erin geslaagd hun levenspeil op te voeren.

Beschermers beschermen

De laatste jaren zijn de aanvallen op VN-personeel en andere hulpverleners dramatisch toegenomen. Veel medewerkers kwamen om het leven of werden gegijzeld en gearresteerd tijdens hun werkzaamheden in conflictgebieden.

Tussen 1992 en 2000 stierven 198 niet-militaire medewerkers tijdens hulpoperaties en werden wereldwijd 228 mensen tijdens VN-operaties gegijzeld of ontvoerd. In 1999 stierven 16 leden van het VN-burgerpersoneel en in datzelfde jaar deden zich 292 gewelddadige incidenten voor, waaronder gewapende overvallen, aanrandingen en verkrachtingen.

De Veiligheidsraad veroordeelt deze aanvallen en benadrukt dat de veiligheid van VN-medewerkers de verantwoordelijkheid is van de betrokken landen en strijdende partijen. Het Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel van 1994 verplicht regeringen van landen waar VN-medewerkers actief zijn om deze mensen te beschermen en alle maatregelen te treffen om moord en ontvoering te voorkomen. De VN-top hoopt dat aanvallen op VN-medewerkers en hulpverleners worden aangemerkt als oorlogsmisdaden die door het Internationale Strafhof (ICC) kunnen worden vervolgd. In 2000 zegde de Algemene Vergadering meer middelen toe zodat de Organisatie onmiddellijk stappen kan ondernemen om het veiligheidsbeleid aan te scherpen.


Voor het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen (UNHCR) zie bescherming van en hulp aan vluchtelingen verder in dit hoofdstuk.

In noodsituaties verschaft het Wereldvoedselprogramma (WFP) snel en doeltreffend noodhulp aan miljoenen slachtoffers van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen, inclusief vluchtelingen en ontheemden. WFP besteedt vrijwel al zijn middelen aan dit soort crises. Tien jaar geleden werd twee van de drie ton voedselhulp van WFP gebruikt om mensen te helpen zichzelf te kunnen redden. Nu is het plaatje omgekeerd: 80 procent van de WFP-voedselhulp gaat naar slachtoffers van door de mens veroorzaakte rampen.

In 1999 hielp WFP 29 miljoen ontheemden, vluchtelingen en repatrianten, en 41 miljoen slachtoffers van natuurrampen. Het agentschap is verantwoordelijk voor het mobiliseren van voedsel en fondsen voor het transport, voor alle grootschalige voedselhulpoperaties voor vluchtelingen van UNHCR.

WFP zet zich ook steeds meer in voor projecten waarbij men voedselhulp verstrekt ter ondersteuning van de demobilisering van troepen of van ontmijningsacties in oorlogsgebied. In de nasleep van oorlogen of rampen start WFP ook infrastructurele herstelprojecten.

De meeste slachtoffers van rampen leven op het platteland. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) speelt wereldwijd een hoofdrol bij het tijdig signaleren van dreigende voedselrampen en problemen met de voedselvoorraad.

Het Mondiaal systeem voor informatie en vroegtijdig alarm biedt actuele gegevens over de voedselsituatie in de wereld. Het maakt ook melding van de voedselsituatie in landen waar schaarste dreigt ten gevolge van natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen.

Op basis van vaststellingen die in samenwerking met WFP tot stand komen, bereiden FAO en WFP gezamenlijk voedselhulpacties voor. FAO richt zich met name op de landbouw voor het herstel van de voedselproductie en verleent technisch advies bij noodsituaties in de landbouw. Ook het Bureau voor speciale hulpoperaties biedt getroffen boeren belangrijke ondersteuning.

Hulpprogramma's van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beoordelen de medische situatie bij slachtoffers van noodtoestanden en rampen, verlenen advies op het vlak van gezondheidszorg en helpen bij de co–rdinatie en planning. WHO voert hulpprogramma's uit op het vlak van voeding en epidemiologie, de beteugeling van epidemieÎn (waaronder HIV/AIDS), inenting, de levering van levensnoodzakelijke geneesmiddelen en medische voorzieningen, vruchtbaarheid en geestelijke gezondheid. WHO spant zich met name in voor de uitroeiing van polio en het onder controle houden van malaria in getroffen gebieden


Internationale bescherming en ondersteuning van vluchtelingen

In 1999 bood het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR) (zie ook hoofdstuk 1) internationale bescherming en hulp aan 22 miljoen mensen die op de vlucht waren voor oorlog en vervolging. Onder hen waren 17 miljoen vluchtelingen en repatrianten en 4,6 miljoen ontheemden. Interne conflicten zijn de belangrijkste oorzaak geworden voor vluchtelingencrises.

UNHCR was de belangrijkste hulporganisatie bij conflicten op de Balkan die de grootste vluchtelingenstroom in Europa ontketenden sinds de Tweede Wereldoorlog (zie hoofdstuk 2). UNHCR verleende ook de meeste hulp bij de massale exodus uit Kosovo en Oost-Timor in 1999. UNHCR hielp vluchtelingen, ontheemden en repatrianten in het Grote-Merengebied en andere delen van Afrika en in Zuidwest-AziÎ.

Een vluchteling is iemand die zich wegens gegronde vrees voor vervolging op basis van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke opvattingen of lidmaatschap van een bepaalde sociale groep, zijn land is ontvlucht en niet in staat of van zins is terug te keren.


Vluchtelingen in eigen land

Ontheemden zijn mensen die gedwongen zijn hun woonplaats te verlaten om te ontsnappen aan oorlogen, ander grootschalig geweld, schendingen van de mensenrechten of aan natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen, zonder daarbij echter de landsgrenzen over te steken. Burgeroorlogen veroorzaken wereldwijd grote stromen ontheemden. Hun aantal wordt geraamd op 20 tot 25 miljoen ‚ meer dan het aantal vluchtelingen.

De nationale overheid is in de eerste plaats verantwoordelijk voor ontheemden, maar soms zijn regeringen niet in staat ‚ of bereid ‚ hun verantwoordelijkheden na te komen.

Vluchtelingen vinden vaak onderdak, veiligheid en voedsel in een ander land. Ze worden daar beschermd door een duidelijk kader van internationale regelgeving en verdragen, en geholpen door UNHCR en andere organisaties. De situatie van ontheemden is vaak minder zeker. Ze raken vaak verstrikt in een slepend intern conflict en zijn daarbij overgeleverd aan de willekeur van de strijdende partijen die hulpverlening gevaarlijk en vaak onmogelijk maken. Hun lot ligt in handen van de eigen regering, die hen mogelijk beschouwt als 'staatsvijanden'. Er bestaan geen specifieke verdragen die hen beschermen en tot voor kort hielden donoren zich bij binnenlandse conflicten liever afzijdig.

De behoeften van ontheemden vertonen vaak grote overeenkomsten met die van vluchtelingen: ze hebben bescherming en hulp nodig, en oplossingen voor de lange termijn zoals terugkeer of opvang in derde landen.

Doeltreffende co–rdinatie is essentieel bij de hulpverlening aan ontheemden omdat er geen organisatie is die bij voorbaat de leiding in handen heeft. Er wordt op dit vlak samengewerkt door het Internationale ComitÈ van het Rode Kruis, UNHCR, OCHA, de vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor ontheemden en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens.

De vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal, Francis M. Deng, heeft uitgangspunten geformuleerd die omschrijven wat ontheemden zijn, een breed kader schetsen van internationale regelgeving voor de bescherming van fundamentele rechten, en de verantwoordelijkheden van staten afbakenen. Deze principes worden door steeds meer landen aanvaard.

UNHCR werd opgeroepen om ongeveer 4,6 miljoen ontheemden in verschillende gebieden op te vangen. Steeds vaker ‚ in het voormalige JoegoslaviÎ, Oost-Timor, Colombia en TsjetsjeniÎ ‚ besluit UNHCR alle mensen die uit hun eigen omgeving zijn weggetrokken te helpen op basis van hun behoeften en niet meer op grond van hun vluchtelingenstatus.

Ondanks deze inspanningen blijven veel ontheemden verstoken van humanitaire hulp of bescherming. Hieruit blijkt dat nationale overheden en de internationale gemeenschap vooralsnog selectief, ongelijk en vaak ontoereikend reageren. De behoefte aan effectieve manieren om ontheemden te helpen doet zich steeds sterker gevoelen.

Twee internationale verdragen definiÎren de wettelijke status van vluchtelingen en bepalen hun rechten en plichten: het Verdrag inzake de status van vluchtelingen (1951) en het Protocol bij dat verdrag (1967). Op 1 januari 2001 waren 137 staten partij bij ÈÈn of beide instrumenten.

De belangrijkste taak van UNHCR is internationale bescherming ‚ het waarborgen van de naleving van de fundamentele mensenrechten van vluchtelingen, inclusief hun recht asiel aan te vragen ‚ en om ervoor te zorgen dat niemand onvrijwillig wordt gerepatrieerd naar een land waar hij of zij mogelijk wordt vervolgd. Andere vormen van hulp zijn:

•     Hulp bij noodsituaties waarbij grote vluchtelingenstromen ontstaan;

•     Programma's op het vlak van onderwijs, gezondheid en onderdak;

•     Hulp bij het bevorderen van de onafhankelijkheid van vluchtelingen en hun integratie in gastlanden;

•     Vrijwillige repatriÎring;

•     Opvang in derde landen voor vluchtelingen die niet naar huis kunnen terugkeren en niet afdoende kunnen worden beschermd in het land waar zij in eerste instantie asiel vroegen.

Het mandaat van UNHCR bestaat uit het beschermen en helpen van vluchtelingen, maar steeds vaker wordt de organisatie opgeroepen om een bredere waaier mensen te helpen in situaties die overeenkomsten vertonen met de vluchtelingproblematiek. Het gaat dan onder meer om ontheemden, voormalige vluchtelingen die na terugkeer in hun land moeten worden gevolgd en geholpen door UNHCR; staatlozen en mensen die tijdelijk bescherming krijgen in het buitenland, maar niet de volledige wettelijke status van vluchteling genieten. Momenteel maken 'echte' vluchtelingen nog maar de helft uit van de mensen die UNHCR helpt.

Asielzoekers zijn mensen die hun geboorteland hebben verlaten en de status van vluchteling hebben aangevraagd in een ander land, maar voor wie deze procedure nog niet rond is. UNHCR helpt op dit ogenblik 1,2 miljoen mensen in deze situatie. De meeste asielzoekers wonen in de geÔndustrialiseerde landen.

De meeste vluchtelingen willen naar huis terugkeren als de omstandigheden dat toelaten. UNHCR helpt op dit ogenblik 2,6 miljoen van deze repatrianten. De repatriÎring van 1,7 miljoen Mozambikanen, na de vredesovereenkomst van 1993 die een einde maakte aan de burgeroorlog, was de meest succesvolle operatie die UNHCR op dat vlak ooit ontplooide (zie hoofdstuk 2). In 1999 waren de grootste operaties waarbij UNHCR was betrokken de repatriÎring naar Kosovo (751.400), Afghanistan (252.700), Oost-Timor (127.500) en Liberia (94.900).

Mensen op de vlucht
Aantal mensen geholpen door UNHCR*

Totaal: 22,2 miljoen

Per regio:

Afrika:   6,2 miljoen
AziÎ:    7,3 miljoen (Afghanistan 2,6 miljoen)
Europa:      7,3 miljoen (voormalig JoegoslaviÎ, 2,9 miljoen)
Latijns-Amerika en het
      Caribisch gebied:
0,1 miljoen
Noord-Amerika: 1,2 miljoen
OceaniÎ: 0,08 miljoen

                                               

Ongeveer 3,7 miljoen Palestijnen (geholpen door UNRWA) zijn hier niet bij inbegrepen. Palestijnen buiten het mandaatgebied van UNRWA (bijvoorbeeld in Irak of LibiÎ) vallen wel onder de verantwoordelijkheid van UNHCR.

*vluchtelingen, asielzoekers, repatrianten, ontheemden en anderen die UNHCR per 1 januari onder zijn hoede had. Bron: UNHCR.

Maar de terugkeer van grote groepen mensen kan een fragiele economische en sociale infrastructuur snel ontregelen. Om te verzekeren dat repatrianten na hun terugkeer hun leven weer kunnen opbouwen, werkt UNHCR samen met een groot aantal instanties om herintegratie te bevorderen. Een geslaagde herintegratie vergt noodhulp voor slachtoffers, ontwikkelingsprogramma's voor verwoeste gebieden en werkvoorzieningsprogramma's.

Bij het zoeken naar duurzame oplossingen voor het vluchtelingenprobleem erkent men nu alom de relaties tussen vrede, stabiliteit, veiligheid, respect voor mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

Palestijnse vluchtelingen

Het Agentschap van de VN voor Hulp aan de Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) biedt sinds 1950 onderwijs, gezondheidszorg, hulp en sociale voorzieningen aan Palestijnse vluchtelingen (zie hoofdstuk 1). De Algemene Vergadering richtte UNRWA op om noodhulp te bieden aan 750.000 Palestijnse vluchtelingen die hun huis en middelen van bestaan waren verloren ten gevolge van het Arabisch-IsraÎlische conflict van 1948 (zie hoofdstuk 2). In 2000 verzorgde UNRWA de elementaire dienstverlening voor meer dan 3,7 miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen in JordaniÎ, Libanon, de Syrische Arabische Republiek, op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

De humanitaire rol van UNRWA wordt versterkt door de zich herhalende conflicten in het Midden-Oosten zoals de burgeroorlog in Libanon en de Palestijnse opstand ('intifada') (zie hoofdstuk 2).

Het gros van de activiteiten van UNRWA is gericht op onderwijs, waar de helft van het reguliere budget en twee derde van het personeel voor wordt ingezet. De 647 scholen voor lager en middelbaar onderwijs telden in het schooljaar 1999/2000 468.000 leerlingen. De acht UNRWA centra voor beroepsopleidingen telden samen 4600 studenten.

Het netwerk van 122 gezondheidscentra verzorgde in 1999 7,1 miljoen patiÎnten. De 1,2 miljoen vluchtelingen in de 59 vluchtelingenkampen konden rekenen op habitatgerelateerde gezondheidsvoorzieningen.

Ongeveer 205.000 mensen ontvingen in 1999 speciale bijstand: met armoedeverlichtende programma's werd voor hen voorzien in basisvereisten op het vlak van voeding en onderdak en ter bevordering van zelfredzaamheid. Het inkomengenererende programma op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook verstrekte 27.000 leningen voor een totaal bedrag van 41 miljoen dollar aan minibedrijfjes. In de Gazastrook werd vrijwel 100 % terugbetaald.

UNRWA werkt nauw samen met de Palestijnse Autoriteit. Na de akkoorden van 1993 tussen IsraÎl en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en de installatie van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook (zie hoofdstuk 2) startte UNRWA het Vredesimplementatieprogramma om er zeker van te zijn dat de voordelen van het vredesproces ook op lokaal niveau zouden worden verwezenlijkt. Het Programma herstelde de infrastructuur, creÎerde jobs en verbeterde de sociaal-economische omstandigheden in de vluchtelingengemeenschappen binnen de mandaatzone. Eind 1999 had het Programma donaties en toezeggingen ontvangen voor een bedrag van in totaal 181 miljoen dollar. Het European Gaza Hospital, een initiatief van de Europese Unie en UNRWA, opende in 2000.

De internationale gemeenschap beschouwt UNRWA als een stabiliserende factor in het Midden-Oosten. Voor de vluchtelingen vormen de programma's het bewijs dat het de internationale gemeenschap menens is met het streven naar een oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk.


UNIC Logo
Terug  Home  Terug naar boven