|
DE SECRETARIS-GENERAAL
• • • • •
BOODSCHAP TER GELEGENHEID VAN DE
INTERNATIONALE VROUWENDAG
8 maart 2004
Dit jaar vieren we de Internationale Vrouwendag om aandacht te vragen
voor de verwoestende tol, die de wereldwijde HIV/AIDS epidemie van vrouwen
eist en de belangrijke rol, die vrouwen spelen bij de bestrijding van
AIDS.
Bij het uitbreken van de epidemie dachten veel mensen dat AIDS een ziekte
was, die alleen mannen trof. Tien jaar geleden gaven statistieken nog
aan dat vrouwen minder besmet waren. Maar sindsdien zijn de ontwikkelingen
angstaanjagend. Vrouwen over de hele wereld raken steeds meer besmet.
Momenteel zijn in Sub-Sahara Afrika meer dan de helft van de met HIV/AIDS
besmette adolescenten, vrouwen. De besmettingsgraad van jonge Afrikaanse
vrouwen is veel hoger dan die van jonge mannen. Wereldwijd vormen vrouwen
minstens de helft van de nieuwe besmettingsgevallen en meisjes en jonge
vrouwen maken nu bijna 2/3 deel uit van de met HIV besmette jongeren beneden
de 24 jaar. Als deze tendens zich voortzet, dan zullen vrouwen snel de
meerderheid van de besmette wereldbevolking uitmaken.
Door het feit dat AIDS vooral vrouwen treft, wankelen de grondvesten van
de maatschappij, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat. AIDS maakt
de economisch situatie van de arme vrouwen nog onzekerder. Zij moeten
het vaak stellen zonder recht op woonst, eigendom of erfenis, zelfs zonder
toegang tot adequate medische verzorging. Door AIDS stortten in rurale
gebieden vaak de traditionele opvangsystemen ineen, die het vrouwen eeuwenlang
mogelijk maakten tijdens de perioden van droogte en honger hun families
te onderhouden – een ineenstorting waardoor tevens families uiteenvielen,
migratie bewegingen ontstonden, alsmede een nog groter risico van HIV
besmetting. Doordat meisjes gedwongen worden de school te verlaten om
hun zieke ouders te verzorgen, het huishouden te doen en hun familie te
helpen, komen ze in een nog grotere armoede terecht. Hun eigen kinderen
hebben daardoor minder gelegenheid naar school te gaan en lopen daardoor
een grotere kans op besmetting op. De maatschappij moet een hoge prijs
betalen voor het vernietigende effect van AIDS op vrouwen.
Maar waarom zijn vrouwen
– vaak niet die vrouwen met de meeste buitenechtelijke seksuele
partners, of injecterende drugverslaafden – meer blootgesteld aan
deze besmetting? Omdat de sociale ongelijkheden hen kwetsbaar maken. Een
aantal factoren komt hier aan bod, o.a. armoede, mishandeling en geweld,
het gebrek aan informatie, druk van oudere mannen en het feit dat bepaalde
mannen meerdere partners hebben. Ook omdat een aantal traditionele voorbehoed
methodes niet betrouwbaar is, zoals bijvoorbeeld seksuele onthouding,
trouw en het gebruik van condooms. Daar waar sprake is van seksueel geweld
hebben de vrouwen en meisjes nauwelijks kans om onthouding of het gebruik
van condooms af te dwingen. En een huwelijk is ook niet altijd de oplossing.
In veel ontwikkelingsgebieden trouwen de meeste vrouwen voor hun 20ste
jaar en hun HIV/AIDS besmettingsgraad is vaak hoger dan die van ongetrouwde,
of nog niet seksueel actieve vrouwen van dezelfde leeftijd – vaak
omdat hun mannen verschillende partners hebben.
Wat we nodig hebben is een echte sociale verandering, die aan vrouwen
en meisjes dezelfde macht en verzekering geeft en die de verhouding tussen
vrouwen en mannen op alle maatschappelijke niveaus verandert.
Een verandering, die de legale bescherming van de rechten van de vrouw
inzake eigendom- en erfrecht versterkt en de vrouwen volledige toegang
garandeert tot voorbehoedsmiddelen – met name microbicides en vrouwencondooms.
Mannen moeten verplicht worden hun verantwoordelijkheden op te nemen –
of het nu betreft het naar schoolgaan van hun dochters, of seksueel gedrag
te vermijden dat anderen in gevaar kan brengen, of niet om te gaan met
zeer jonge meisjes of vrouwen, of er zich rekenschap van te geven dat
geweld tegen vrouwen op geen enkele wijze getolereerd kan worden.
Daarom heeft UNAIDS vorige maand de “Wereldcoalitie rond Vrouwen
en AIDS” (Global Coalition on Women and AIDS) opgericht. Dit initiatief
moet de “empowerment” van vrouwen betrekken bij het vinden
naar een antwoord voor deze strijd en de belangrijke rol, die de vrouwen
nu reeds spelen bij de mondiale strijd tegen HIV/AIDS, uitbouwen. In de
meeste landen en streken, die ik bezocht heb zijn het steeds vrouwen,
die de meest actieve en efficiënte militanten en voorvechters zijn
in de strijd tegen AIDS. Overal waar de epidemie ravages aanricht zijn
er heroïsche vrouwengroepen of vrouwen collectieven, die uitstekend
preventief- en verzorgingswerk verrichten. Onze strategie voor de toekomst
moet dan ook zijn deze vrouwen aan te moedigen en anderen ertoe aan te
zetten hun voorbeeld te volgen. Onder deze vrouwen vinden we de echte
helden van deze oorlog. Wij moeten ze dan ook steunen, de nodige middelen
verschaffen en nieuwe hoop geven.
Niet-officiële vertaling door: Vereniging voor de Verenigde Naties
(VVN)-RUNIC
Vrouwen en HIV/AIDS:
pleitbezorging, preventie en empowerment
In 2003 overschreed de wereldwijde AIDS epidemie een belangrijke drempel:
volgens nieuwe statistieken bestond toen voor het eerst de helft van alle
HIV-patienten uit vrouwen.
Bij het begin van de epidemie, in de tachtiger jaren, werden vrouwen nog
beschouwd als nauwelijks bedreigd door een virus dat beperkt leek tot
mannen die sex hebben met mannen, sexwerkers en druggebruikers die intraveneus
spuiten. Nu zijn tientallen miljoenen besmet met HIV, waaronder veel vrouwen
die het opliepen via hun man of partner. AIDS is geworden tot de ergste
pandemie in de menselijke geschiedenis – een waarvoor niemand immuun
is, ongeacht geslacht, ras, sociale klasse of seksuele geaardheid.
Vooral jonge mensen lopen gevaar, en vooral jonge vrouwen, die in veel
landen nauwelijks toegang hebben tot voorlichting en tot openbare gezondheidszorg.
Jonge vrouwen en meisjes hebben minder onderwijs genoten dan jonge mannen
en ze zijn kwetsbaarder voor dwang en geweld binnen een seksuele relatie.
Door hun ongelijke positie hebben vrouwen en meisjes ook niet op gelijke
voet toegang tot programma’s voor preventie, behandeling en verzorging.
In sommige landen die over beperkte middelen beschikken kan behandeling
voorbehouden zijn voor “prioritaire groepen” zoals militairen
en ambtenaren.
Meer nog dan een gezondheidsprobleem vormt HIV/AIDS ook een wereldwijde
uitdaging op het gebied van ontwikkeling. Discriminerende wetgeving betreffende
eigendomsrechten en erfrecht, een ongelijke toegang tot onderwijs, openbare
diensten, gezondheidszorg en mogelijkheden voor inkomensverwerving, en
sociaal aanvaard geweld, maken dat vrouwen en meisjes bijzonder kwetsbaar
zijn als het gaat om HIV- besmetting. Vrouwen met HIV/AIDS lijden bovendien
extra onder een stigma, onder discriminatie en marginalisatie.
Met het oog op de vernietigende impact die AIDS vandaag heeft op het leven
van vrouwen besloot het 'Inter-Agentschaps Netwerk voor Vrouwen en Gendergelijkheid'
van de Verenigde Naties dat de Internationale Vrouwendag, die jaarlijks
gevierd wordt op 8 maart, in 2004 in het teken zou staan van vrouwen en
HIV/AIDS.
De Biologische Factoren van de Vatbaarheid
Eén van de duidelijk wrede aspecten van de HIV/AIDS epidemie is
dat vrouwen biologisch in het nadeel zijn tegenover mannen als het gaat
om het oplopen van de ziekte. Besmetting van man op vrouw is veel waarschijnlijker
dan van vrouw op man. Studies hebben aangetoond dat vrouwen twee maal
meer dan mannen kans hebben op besmetting. Eind 2003 was in de ontwikkelingslanden
meer dan de helft van de met HIV besmette personen een vrouw, en in Sub-Sahara
Afrika liepen jonge vrouwen tussen 15 en 24 jaar 2,5 maal meer kans op
besmetting dan jonge mannen.
Fysiologisch zijn vrouwen vatbaarder voor HIV besmetting omdat ze meer
kans maken op het ontwikkelen van mycoses tijdens seksuele betrekkingen,
en laboratorium tests hebben uitgewezen dat mannelijk sperma per volume
eenheid hogere concentraties van het virus bevat dan vrouwelijke vaginale
afscheidingen. Daar komt nog bij dat jonge meisjes vatbaarder zijn voor
mycoses omdat hun voortplantingsorganen nog niet volledig ontwikkeld zijn,
zeker wanneer sex afgedwongen wordt. Zoals het geval is met alle seksueel
onverdraagbare aandoeningen (SOA’s) wordt geschat dat vrouwen twee
maal meer vatbaar zijn dan mannen, en de aanwezigheid van onbehandelde
SOA’s verhoogt nog de kans op HIV besmetting.
Hoewel het gebruik en de distributie van condooms op grote schaal steun
en financiering kreeg, werd te weinig onderzoek gevoerd naar, en fondsen
uitgetrokken voor, door de vrouw te controleren beschermingsmethoden.
Aangezien vrouwen nog steeds in het nadeel zijn als het gaat om het maken
van afspraken over veilig vrijen zouden extra middelen ingezet moeten
worden voor het zoeken naar nieuwe beschermingsmethoden die ontworpen
zijn, en toegankelijk, voor vrouwen.
Een Epidemie die wordt Aangewakkerd door Geweld
Achter de biologische aspecten van HIV en haar zo wijde verspreiding ligt
een reeks van sociale, economische en culturele factoren die een al even
grote uitdaging en bedreiging vormen voor vrouwen. Een van de belangrijkste
daarvan is geweld, dat niet alleen een schending betekent van de rechten
van de vrouw, maar ook de vatbaarheid voor HIV besmetting vergroot.
Huiselijk geweld is één van de meest sluipende vormen van
geweld tegen vrouwen. Het komt voor in alle samenlevingen en het raakt
vrouwen in alle leeftijdscategorieën. Wereldwijd geeft 10 tot 50
procent van alle vrouwen toe minstens één maal tijdens hun
leven lichamelijk misbruikt te zijn door een intieme partner en vaak gaat
dit gepaard met seksueel geweld. Huiselijk geweld is één
van de belangrijkste oorzaken van verwondingen bij vrouwen in bijna alle
landen ter wereld.
Tijdens gewapende conflicten zijn vrouwen het slachtoffer van allerlei
vormen van geweld, inclusief seksuele aanranding. Recente voorbeelden
in Bosnië en Herzegovina, Oost-Timor en Rwanda tonen een systematisch
gebruik van verkrachting en seksueel geweld als oorlogswapen. Medische
gegevens uit Soedan melden dat de HIV besmettingsgraad bij aanstaande
moeders in oorlogsgebieden zes tot acht maal hoger ligt dan in gedemilitariseerde
zones.
Ook vrouwenhandel en seksuele uitbuiting stellen vrouwen in hoge mate
bloot aan HIV besmetting, geweld en misbruik.
Zelfs de dreiging van geweld kan het AIDS-preventie werk ernstig ondermijnen.
Angst voor geweld belet vrouwen op zoek te gaan naar voorlichting over
HIV/AIDS, tests, preventie van moeder-kind besmetting, behandeling en
begeleiding.
Dwang – een Bijkomend Risico
Het vaak voorkomen van sex zonder instemming van de vrouw, en de onmogelijkheid
om afspraken te maken over veilig vrijen dragen ook bij tot een snelle
verspreiding van HIV onder vrouwen. Uit een recent onderzoek in Zuid Afrika
blijkt dat meer dan een derde van de jonge vrouwen verklaarde, bang te
zijn om seksuele avances af te wijzen en meer dan de helft gaf toe alleen
maar sex te hebben na aandringen van de partner. Een alarmerend aantal,
tussen de 20 en de 48 procent, verklaarde dat hun eerste seksueel contact
gedwongen was.
Vrouwen krijgen vaak HIV van hun man of van intieme partners die zelf
verschillende seksuele partners hebben. In veel samenlevingen wordt dit
risicogedrag geaccepteerd of zelfs aangemoedigd en wordt promiscuïteit
beschouwd als een teken van mannelijkheid. De lange incubatietijd van
het virus vòòr AIDS-symptomen zich ontwikkelen, leidt tot
een vals gevoel van veiligheid.
Over heel de wereld zijn middengroepen en basisgroepen aan het werk om
verandering te brengen in gebruiken, waardepatronen en gedrag dat discriminerend
werkt ten opzichte van vrouwen en ervoor te zorgen dat bij pogingen om
HIV/AIDS te bestrijden rekening wordt gehouden met het gender aspect.
Economische en Wettelijke Drempels
Een andere factor die bijdraagt tot de AIDS crisis onder vrouwen is hun
economische en financiële afhankelijkheid van mannen. Kwesties van
eigendomsrecht, toegang tot en controle over land, woningen en andere
eigendommen worden bijzonder urgent voor HIV-positieve vrouwen of -weduwen
en voor AIDS weeskinderen. Veel landen hebben nog steeds een wetgeving
die discriminerend is voor vrouwen, of een juridisch systeem dat vrouwen
een ongelijke status geeft.
Wanneer vrouwen geen aanspraak kunnen maken op land of huisvesting verminderen
hun economische mogelijkheden en worden ze eerder het slachtoffer van
armoede, geweld en dakloosheid. Armoede kan vrouwen dwingen tot wanhoopsdaden
zoals het ondergaan van misbruik in hun relaties of het aangaan van onveilige
seksuele contacten in ruil voor geld, onderdak, voedsel of onderwijs.
In veel landen wordt het recht van vrouwen op grond en eigendom geregeld
via het huwelijk. Als het huwelijk eindigt doordat de vrouw verlaten wordt
of door scheiding of overlijden, kan haar recht op het land of de woning
mee verdwijnen.
Vaak staan arme en ongeletterde vrouwen geen praktische middelen ter beschikking
om hulp te zoeken via het juridische systeem.
Deze moeilijkheden worden nog versterkt in het geval van vrouwen met HIV/AIDS.
Het stigma en de discriminatie die gepaard gaan met AIDS hebben een enorme
impact op vrouwen en hun gezin. Wanneer vrouwen verstoten worden door
hun familie vanwege een HIV besmetting, of wanneer ze weduwe worden door
AIDS, lopen ze het risico om al hun aanspraken op het familievermogen
te verliezen, vooral in landen waar traditionele wetgeving nog in voege
is. Familieleden van de overleden echtgenoot kunnen de erfenis opeisen
waardoor de weduwe en de wezen in een kwetsbare positie achterblijven.
Het garanderen van de gelijkwaardige status van vrouwen via wettelijke
hervormingen kan de negatieve gevolgen van AIDS voor vrouwen en hun kinderen
enigszins beperken. Hervormingen die het eigendoms- en erfrecht voor vrouwen
garanderen kunnen daadwerkelijk bijdragen tot een vermindering van de
verspreiding van HIV; ze bevorderen de economische onafhankelijkheid van
vrouwen en reduceren hun kwetsbaarheid voor huiselijk geweld, onveilig
vrijen en andere met AIDS verbonden risicofactoren.
Onderwijs voor Meisjes is Cruciaal
Van de 104 miljoen kinderen van schoolgaande leeftijd die geen onderwijs
volgen zijn 57% meisjes. Meisjes verlaten vaak ook vroeger de school vanwege
een vroeg huwelijk, zwangerschap, economische noodzaak, of familiale verplichtingen.
In landen met een hoge HIV besmettingsgraad is het aantal schoolgaande
meisjes het laatste decennium afgenomen. Enquêtes tonen aan dat
minder meisjes dan jongens tussen de 15 en de 19 beschikken over de basiskennis
over bescherming tegen HIV/AIDS, en in gebieden met beperkte toegang tot
accurate informatie komen wijdverspreid misvattingen voor. Zulke misvattingen
leiden vaak tot mythen die bijzonder schadelijk zijn voor meisjes, zoals
“seksuele betrekkingen met een maagd kan HIV genezen” en meer
van dergelijke verzinsels.
Onderwijs is een efficiënte manier om de positie van meisjes te versterken
en om hen beter geïnformeerd te maken en toegerust om te slagen in
het leven. Het belet ook de verdere verspreiding van HIV en andere SOA’s
door hen betere toegang te verschaffen tot informatie. Meisjes die langer
school lopen, algemene sociale vaardigheden aanleren en leren over gezondheid
en hygiëne worden over het algemeen pas op latere leeftijd seksueel
actief en zijn zich beter bewust van preventiemethodes en van het belang
van een HIV test.
Stappen die gezet kunnen worden om de onderwijsmogelijkheden van meisjes
te verbeteren zijn: de afschaffing van schoolgeld en het aanbieden van
financiële premies om meisjes op school te houden. Meer strategische
investeringen en een preventiebeleid op alle niveaus zijn noodzakelijk
om ervoor te zorgen dat meisjes en vrouwen de opleiding en de bescherming
krijgen die ze nodig hebben om een veiliger, productiever en gezonder
leven te leiden.
Het Verdelen van de Zorglast
Over de hele wereld nemen vrouwen het grootste deel van de huishoudelijke
taken en verzorging van familieleden voor hun rekening. De term “zorgeconomie”
wordt wel gebruikt om de vele taken die meestal door vrouwen en meisjes
thuis uitgevoerd worden te omschrijven. Het gaat daarbij om koken, schoonmaken,
water en hout halen en het verzorgen van familieleden. De waarde van de
tijd, de energie en de middelen die nodig zijn om dit onbetaalde werk
uit te voeren wordt zelden erkend of in rekening gebracht, ondanks de
substantiële bijdrage die dit werk levert aan de nationale economie
en aan de samenleving in het algemeen.
De AIDS pandemie heeft de zorglast voor veel vrouwen aanzienlijk doen
toenemen. Armoede en onvoldoende openbare voorzieningen dragen ertoe bij
dat de last voor veel vrouwen onleefbaar wordt, met alle gevolgen van
dien op sociaal, economisch en gezondheidsvlak. Vrouwen en meisjes betalen
een hoge prijs voor gemiste kansen door het onbetaald zorgen voor familieleden
en anderen, die lijden aan met HIV of AIDS verband houdende ziekten. Ze
krijgen niet de kans om hun tijd te investeren in andere activiteiten
die een inkomen zouden kunnen verschaffen of tot een betere opleiding
zouden kunnen leiden. AIDS draagt bij tot de vervrouwelijking van armoede
en de verslechtering van de positie van de vrouw, vooral in die gebieden
waar de epidemie het hardst toeslaat.
Vrouwen en meisjes die de last van HIV/AIDS dragen hebben vaak een gebrek
aan aangepast materiaal en morele steun. Er moet meer gedaan worden om
hen te voorzien van de nodige opleiding en van medisch materiaal zoals
wegwerphandschoenen en medicijnen, extra voeding en middelen om schoolgeld
en bijkomende kosten van onderwijs te betalen.
In programma’s voor thuiszorg moet ook begeleiding worden opgenomen,
en mogelijkheden voor weduwen om een inkomen te verwerven.
Bij deze programma’s moeten ook mannen en jongens betrokken worden
om te helpen traditionele attitudes en culturele opvattingen rond gender
rollen te veranderen. Mannen en jongens moeten leren zich seksueel verantwoordelijk
te gedragen, en betrokken worden bij zorg en ondersteuning. Ze moeten
gelijkwaardige seksuele relaties aanknopen met wederzijdse toestemming
en een zorgende rol opnemen bij zwangerschap, geboorte en opvoeding van
de kinderen. Mannen hebben een cruciale rol te spelen in het bevorderen
van economische rechten van vrouwen en van hun onafhankelijkheid, met
inbegrip van werkgelegenheid, geschikte arbeidsomstandigheden, controle
over economische hulpbronnen en een volledige deelname aan de besluitvorming.
De bewustwording over de omvang van onbetaald zorgwerk door vrouwen, in
termen van sociale en economische kosten en baten, moet worden bevorderd,
bij henzelf, in hun gemeenschap en in de samenleving als geheel. De VN
en haar intergouvernementele en niet-gouvernementele partners sporen beleidsmakers
aan om de sociale bescherming voor zorgverstrekkers uit te breiden door
actie op wereldvlak, nationaal, en op gemeenschaps- en gezinsniveau.
Een Wereldcoalitie rond Vrouwen en AIDS
In februari 2004 werd op initiatief van UNAIDS een werkgroep opgericht
van mannen en vrouwen die zich engageren om de impact van AIDS op vrouwen
en kinderen te verzachten. De 'Wereldcoalitie rond Vrouwen en AIDS' werd
opgezet om steun te vergaren en om met AIDS verband houdende programma’s
en projecten, bedoeld om het dagelijkse leven van vrouwen en meisjes te
verbeteren, te stimuleren.
De Coalitie identificeerde zeven sleutelgebieden voor actie, met name:
• preventie van HIV besmetting bij meisjes en vrouwen
• vermindering van geweld tegen vrouwen
• bescherming van eigendoms- en erfenisrechten van vrouwen en
meisjes
• verzekering van gelijke toegang voor vrouwen en meisjes tot
verzorging en behandeling
• verbeterde zorg op gemeenschapsniveau, specifiek gericht op
vrouwen en meisjes
• promotie van toegang tot preventiemogelijkheden voor vrouwen,
m.i.v. microbicides en vrouwencondooms.
• steun voor aanhoudende inspanningen voor algemeen onderwijs
voor meisjes
De Coalitie wordt geleid door een Wereld Stuurgroep die een brede waaier
aan partners van alle regio’s van de wereld vertegenwoordigt (VN-agentschappen,
niet-gouvernementele en organisaties uit de middengroepen). Leden zijn
mannen en vrouwen uit allerlei gespecialiseerde domeinen: politici, wetenschappers,
activisten en beroemdheden. Met het oog op het cruciale belang om ook
HIV-positieve personen te betrekken bij sensibiliseringscampagnes, identificeren
een 20 % van de stuurgroepleden zich als HIV-positief. De Coalitie wordt
gecoördineerd door UNAIDS, komt eenmaal per jaar samen en communiceert
op regelmatige basis via de website.
Voor verdere informatie over de Internationale Vrouwendag kunt u contact
opnemen met het Bureau van de Bijzondere Adviseur voor Genderkwesties
en de Vooruitgang van Vrouwen van het VN-departement van Economische en
Sociale Zaken, Ms. Amina Adam, tel: 001 212 963 31 69, email: adama@un.org.
Voor informatie over de Wereld Coalitie rond Vrouwen met AIDS: Dominique
De Santis, tel: 0041 22 791 45 09, email: womenandaids@unaids.org.
of het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties voor Europa
(RUNIC): Residence Palace, Wetstraat 155, 1040 Brussel, België, tel;:
+32 2 298 28 90, fax: +32 2 502 40 61, email: info@runic-europe.org
.
Uitgegeven door
het VN-Departement Informatie – DPI/2343 – februari 2004
Niet-officiële vertaling:Vereniging voor de Verenigde Naties (VVN)-RUNIC
– maart 2004
VROUWEN
VREDE
VEILIGHEID
Resolutie 1325 (2000) van de Veiligheidsraad
"Vrouwen
kennen als geen ander de tol die conflicten eisen en zijn vaak ook beter
in staat dan mannen om ze te voorkomen of op te lossen. Al generaties
lang treden vrouwen op als pleitbezorgers voor de vrede, zowel in de huiselijke
sfeer als in de bredere samenleving. Zij hebben een doorslaggevende rol
gespeeld dankzij hun talent bruggen te slaan in plaats van muren op te
trekken. Ook zijn zij onvervangbaar gebleken bij het in stand houden van
het maatschappelijk bestel wanneer gemeenschappen verscheurd raakten…
De Veiligheidsraad heeft dit jaar in een verklaring naar aanleiding van
de Internationale Vrouwendag erkend dat vooral vrouwen en meisjes het
slachtoffer zijn van de gevolgen van gewapende conflicten. U hebt ingezien
dat vrede onlosmakelijk verbonden is met de gelijkwaardigheid van man
en vrouw. En u hebt verklaard dat de handhaving en bevordering van vrede
en veiligheid de actieve deelname vereisen van vrouwen, op voet van gelijkheid
met mannen. Ik wil u nu vragen alle middelen die u ter beschikking staan
aan te wenden om deze verklaring om te zetten in krachtdadig optreden.
De centrale doelstelling daarbij is dat vrouwen en meisjes in conflictsituaties
bescherming krijgen, dat plegers van gewelddaden jegens vrouwen in conflictsituaties
worden vervolgd en dat vrouwen op voet van gelijkheid de plaats innemen
die hen toekomt bij de besluitvorming op het gebied van vrede en veiligheid."
Kofi A. Annan, Secretaris-Generaal van de VN
Verklaring voor de Veiligheidsraad
24 oktober 2000
Voor de eerste maal
heeft de Veiligheidsraad zich op 24 en 25 oktober 2000 in New York gebogen
over het vraagstuk van vrouwen in relatie tot vrede en veiligheid. Men
mag spreken van een historische ontwikkeling. De discussie betrof de behoeften
van vrouwen bij VN-vredesoperaties en ook de bredere kwestie van de rol
van vrouwen bij het consolideren en handhaven van vrede. Veel sprekers
benadrukten het feit dat vrouwen moeten worden betrokken bij alle vredesinitiatieven
en hebben met name opgeroepen tot een nauwere betrokkenheid van vrouwen
bij de besluitvorming op dat gebied.
Op 31 oktober 2000 aanvaardde de Veiligheidsraad unaniem resolutie 1325
(2000) inzake vrouwen, vrede en veiligheid, die iedereen die belast is
met het voeren van vredesonderhandelingen en met het toezicht op de naleving
van vredesakkoorden oproept terdege rekening te houden met de gelijkwaardigheid
van de seksen en ook zorgvuldig rekening te houden met de bijzondere behoeften
van vrouwen en meisjes bij hun terugkeer en vestiging in voormalige conflictgebieden,
evenals bij hun reïntegratie en bij hersteloperaties. De aanvaarding
van deze historische resolutie geldt als een belangrijke stap in de richting
van de erkenning van de rol van vrouwen bij het beheersen van conflicten,
vredehandhaving en het consolideren van de vrede na conflicten. Hier volgt
de integrale tekst van de resolutie van de Veiligheidsraad.
Resolutie 1325 (2000)
Aanvaard
door de Veiligheidsraad tijdens zijn 4213de zitting op 31 oktober 2000
De Veiligheidsraad:
Verwijzend naar zijn resoluties 1261 (1999) van 25 augustus 1999,
1265 (1999) van 17 september 1999, 1296 (2000) van 19 april 2000 en 1314
(2000) van 11 augustus 2000, naar de verklaringen van zijn Voorzitter
dienaangaande, en ook verwijzend naar de persverklaring van zijn
Voorzitter ter gelegenheid van de Dag van de Verenigde Naties voor de
rechten van vrouwen en de internationale vrede (de "Internationale
Vrouwendag") op 8 maart 2000 (SC/6816),
Tevens verwijzend naar de in de Verklaring en het Actieprogramma
van Beijing (A/52/231) neergelegde verplichtingen, evenals de verbintenissen
vervat in het slotdocument van de 23ste Bijzondere Zitting van de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties over het thema “Vrouwen 2000:
seksegelijkheid, ontwikkeling en vrede voor de 21ste eeuw” (A/S-23/10/Rev.1),
meer in het bijzonder de verbintenissen betreffende vrouwen en gewapende
conflicten,
Zich rekenschap gevend van de doelstellingen en beginselen van
het Handvest van de Verenigde Naties en van de hoofdverantwoordelijkheid
die het Handvest de Veiligheidsraad toekent voor de handhaving van de
internationale vrede en veiligheid,
Uitdrukking gevend aan zijn zorg om het feit dat burgers, in
het bijzonder vrouwen en kinderen, de overgrote meerderheid uitmaken van
hen die de nadelige gevolgen ondervinden van gewapende conflicten, onder
meer als vluchtelingen en ontheemden, en dat dezen steeds vaker het doelwit
vormen van strijders en gewapende onderdelen, en onder erkenning
van de daaruit voortspruitende impact op duurzame vrede en verzoening,
Opnieuw bevestigend de belangrijke rol van vrouwen bij het voorkomen
en oplossen van conflicten en bij de opbouw van vrede, en nadruk leggend
op het belang van hun deelname aan en volledige betrokkenheid, op voet
van gelijkheid, bij alle inspanningen ter handhaving en bevordering van
vrede en veiligheid, en op de noodzaak om hun rol te verbreden in de besluitvorming
rond het voorkomen en oplossen van conflicten,
Voorts herbevestigend de noodzaak van de volledige tenuitvoerlegging
van de regels van humanitair recht en van de mensenrechten die gedurende
en na afloop van conflicten de rechten van vrouwen en meisjes beschermen,
Benadrukkend de noodzaak dat alle partijen bij programma's inzake
mijnopruiming en voorlichting rond mijnen rekening houden met de bijzondere
behoeften van vrouwen en meisjes,
Erkennend de dringende noodzaak van het aanvaarden van het 'genderperspectief'
als vanzelfsprekend aspect van vredesoperaties, en in dat verband kennisnemend
van de "Verklaring van Windhoek" en het "Actieplan van
Namibië" betreffende het genderperspectief als vast aandachtspunt
in multidimensionale operaties ter ondersteuning van de vrede (S/2000/693),
Tevens erkennend het belang van de aanbeveling vervat in de verklaring
die zijn Voorzitter op 8 maart 2000 aflegde voor de pers betreffende de
gerichte opleiding – op het gebied van de bescherming, bijzondere
behoeften en mensenrechten van vrouwen en kinderen in conflictsituaties
– van al het personeel betrokken bij vredesoperaties,
Erkennend dat begrip van de gevolgen van gewapende conflicten
op vrouwen en meisjes, en doeltreffend institutioneel optreden om hun
bescherming en volledige deelname aan vredesprocessen te waarborgen aanzienlijk
kan bijdragen tot de handhaving en bevordering van de internationale vrede
en veiligheid,
Wijzend op de noodzaak van nog degelijker gegevensbestanden over
de impact van gewapende conflicten op vrouwen en meisjes,
1. Roept Lid-Staten met klem op zorg te dragen voor een grotere
vertegenwoordiging van vrouwen op alle besluitvormingsniveaus binnen nationale,
regionale en internationale instellingen en organismen die zijn belast
met het voorkomen, beheersen en beslechten van conflicten;
2. Spoort de Secretaris-Generaal aan tot uitvoering van zijn
strategisch actieplan (A/49/587) betreffende de vergrote deelname van
vrouwen op besluitvormingsniveaus rond conflictoplossing en vredesprocessen;
3. Roept met klem de Secretaris-Generaal op meer vrouwen te benoemen
als speciale vertegenwoordigers en gezanten die namens hem goede diensten
aanbieden en roept Lid-Staten op in dat licht kandidaten voor
te dragen bij de Secretaris-Generaal voor opname in een geregeld geactualiseerde,
centrale lijst van gegadigden;
4. Roept voorts met klem de Secretaris-Generaal op de rol en
bijdrage van vrouwen in veldoperaties van de Verenigde Naties te verbreden,
in het bijzonder in de gelederen van de militaire waarnemers, civiele
politiediensten en personeel belast met mensenrechten en humanitaire acties;
5. Geeft uitdrukking aan zijn bereidheid om het genderperspectief
en vaste plaats te geven in vredesoperaties, en roept de Secretaris-Generaal
met klem op om waar van toepassing seksegerelateerde aandachtspunten
op te nemen in veldoperaties;
6. Verzoekt de Secretaris-Generaal de Lid-Staten te voorzien
van richtlijnen en materiaal voor opleidingen inzake de bescherming, de
rechten en de bijzondere behoeften van vrouwen, evenals voor scholing
betreffende het belang van de betrokkenheid van vrouwen bij maatregelen
voor de handhaving en opbouw van vrede, nodigt Lid-Staten uit
deze elementen – en ook cursussen rond HIV/AIDS-voorlichting –
op te nemen in hun nationale opleidingsprogramma's voor militair en civiel
politiepersoneel, voorafgaand aan missies, en verzoekt de Secretaris-Generaal
voorts ervoor in te staan dat ook het burgerpersoneel bij vredesoperaties
een soortgelijke opleiding ontvangt;
7. Roept Lid-Staten met klem op hun vrijwillige financiële,
technische en logistieke ondersteuning van opleidingen rond seksegerelateerde
kwesties te vergroten, met inbegrip van dergelijke opleidingen verzorgd
door fondsen en programma's zoals het VN-Vrouwenfonds (UNIFEM), het VN-Kinderfonds
(UNICEF) en het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR)
en andere relevante organen;
8. Roept alle betrokkenen op bij onderhandelingen over en tenuitvoerlegging
van vredesafspraken een genderperspectief te kiezen, met bijzondere aandacht
voor onder meer:
(a) de speciale behoeften van vrouwen en meisjes bij terugkeer en vestiging
in hun vaderland, bij hun reïntegratie en bij wederopbouwprojecten
na conflicten;
(b) maatregelen ter ondersteuning van plaatselijke vredesinitiatieven
van vrouwen en autochtone processen voor het oplossen van conflicten,
en voor maatregelen om vrouwen te betrekken bij andere mechanismen bij
de implementatie van vredesakkoorden;
(c) maatregelen die instaan voor de bescherming en naleving van de mensenrechten
van vrouwen en meisjes, in het bijzonder voor zover deze de grondwet,
het kiesstelsel, politie en justitie aangaan;
9. Doet een beroep op alle partijen bij een gewapend conflict
om zich volledig te voegen naar de internationaal rechtsregels die van
toepassing zijn op de rechten en de bescherming van vrouwen en meisjes,
vooral als leden van de burgerbevolking, in het bijzonder de verplichtingen
die op hen van toepassing zijn krachtens de Geneefse Verdragen van 1949
(en de Aanvullende Procollen daarbij van 1977), het Vluchtelingenverdrag
van 1951 (en
het Protocol daarbij van 1967), het Verdrag inzake de uitbanning van alle
vormen van discriminatie jegens vrouwen van 1979 (en het Facultatief Protocol
daarbij van 1999) en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van
1989 (en de twee Facultatieve Protocollen daarbij van 25 mei 2000), en
om zich bewust te zijn van de bepalingen dienaangaande zoals verwoord
in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof;
10. Doet een beroep op alle partijen bij een gewapend conflict
om speciale maatregelen te treffen ter bescherming van vrouwen en meisjes
tegen seksegerelateerd geweld, in het bijzonder verkrachting en andere
vormen van seksueel geweld, en tegen alle andere vormen van geweld in
het kader van gewapende conflicten;
11. Benadrukt de verantwoordelijkheid van alle Staten om een
einde te stellen aan straffeloosheid en over te gaan tot vervolging van
verdachten van volkenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden,
waaronder misdaden in de vorm van seksueel en ander geweld tegen vrouwen
en meisjes, en wijst nadrukkelijk op de noodzaak om dergelijke
misdaden voor zover mogelijk uit te sluiten van amnestiemaatregelen;
12. Doet een beroep op alle partijen bij een gewapend conflict
om het civiele en humanitaire karakter van vluchtelingenkampen en -nederzettingen
te eerbiedigen en om rekening te houden met de bijzondere behoeften van
vrouwen en meisjes, ook bij de opzet en inrichting van die plaatsen, en
herinnert in dat opzicht aan zijn resolutie 1208 (1998) van 19 november
1998 en 1296 (2000) van 19 april 2000;
13. Spoort iedereen aan die betrokken is bij programma's
voor ontwapening, demobilisatie en reïntegratie om de verschillende
behoeften van mannelijke en vrouwelijke oud-strijders ter harte te nemen,
evenals die van de personen die van hen afhankelijk zijn;
14. Bevestigt opnieuw zijn bereidheid om wanneer maatregelen
worden getroffen krachtens Artikel 41 van het Handvest van de Verenigde
Naties, de mogelijke impact van die maatregelen op de burgerbevolking
te overwegen en rekening te houden met de bijzondere behoeften van vrouwen
en meisjes, teneinde op humanitaire gronden uitzonderingssituaties toe
te staan;
15. Geeft uitdrukking aan zijn bereidheid ervoor in te staan
dat missies van de Veiligheidsraad rekening houden met seksegerelateerde
kwesties en de rechten van vrouwen, onder meer via overleg met lokale
en internationale vrouwenorganisaties;
16. Nodigt de Secretaris-Generaal uit onderzoek te laten verrichten
naar de impact van gewapende conflicten op vrouwen en meisjes, naar de
rol van vrouwen in vredesprocessen en naar de seksegerelateerde aspecten
in vredesprocessen en conflictoplossing, en nodigt hem voorts uit
de Veiligheidsraad een verslag te presenteren met de resultaten van die
studie en die voorts beschikbaar te stellen aan alle Lid-Staten van de
Verenigde Naties;
17. Verzoekt de Secretaris-Generaal om, waar aangewezen, in zijn
verslaglegging aan de Veiligheidsraad melding te maken van de voortgang
bij het opnemen van seksegerelateerde aangelegenheden in het standaardbeleid
van vredesmissies en van alle andere aanverwante aspecten in verband met
vrouwen en meisjes;
18. Besluit deze aangelegenheid actief en op de voet te volgen.
Bezoek voor nadere informatie www.un.org/womenwatch
Lancering van
het nieuwe Afrika rapport van UNCTAD:
“Economische Ontwikkeling in Afrika…”
Op 25 februari 2004, 10.00 uur, stelde de heer Kamran KOUSARI, UNCTAD’s
Speciale Coördinator voor Afrika, in de Residence Palace te Brussel
het Rapport voor aan de Belgische en internationale pers. De heer Kousari
gaf enkele interviews, o.a. aan Kanaal Z. Dit interview kunt u zien op
de website van Kanaal Z: http://www.kanaal.be/
Overheden
en bedrijven uit noordelijk halfrond houden Afrika structureel arm, zegt
UNCTAD
Het gemiddelde inkomen in Afrika zou dubbel zo hoog liggen als nu het
geval is, mochten de prijzen van de grondstoffen zich nog op het niveau
bevinden van 20 jaar geleden. De grondstofprijzen zijn vandaag zo laag
gezakt, dat de afhankelijkheid van Afrika van zijn grondstoffen, de armoede
op het continent alleen maar groter maakt. Alleen als de bedrijven uit
het noordelijk halfrond de juiste prijs zouden betalen, en als de overheden
stoppen met het subsidiëren van producenten in het rijke
noorden, zal Afrika zich economisch kunnen ontwikkelen. Dat zegt het handels-
en ontwikkelingscentrum van de Verenigde Naties, de UNCTAD, in haar Afrika-rapport.
Bekijk dit fragment hier:
http://www.kanaalz.be/CMarticles/ShowArticle.asp?ArticleID=860&KZ=83&SectionID=3&ParagraphId=10
|