CONFLICTPREVENTIE  

"Er is een bijna universele eensgezindheid, dat voorkomen beter is dan genezen en dat strategieën van preventie niet enkel de gewelddadige symptomen, maar vooral ook de oorzaken van conflicten moet aanpakken."

Uit het Millennium Rapport

Belangrijke feiten 
Een handvol preventie....
...is beter dan een vrachtwagen behandeling 
De grondoorzaken aanpakken 
Preventie is goed, maar... 
Nuttige instrumenten 
Preventieve diplomatie 
Preventieve stationering 
Preventieve ontwapening
Preventieve vredesopbouw 
Andere strategieën zijn onder meer preventieve humanitaire
  acties en preventieve ontwikkelingsactiviteiten.
 
Soevereiniteit en humanitaire interventie. 

Case studies: 


Mogelijke activiteiten voor studenten 
Geselecteerde bronnen 

 

Belangrijke feiten 
  • In het jaar 2000 is er een periode van 55 jaar voorbijgegaan zonder conflicten tussen de grootmachten van de wereld. Dit is de langste conflictloze periode in de geschiedenis van het moderne staten systeem.
  • Het jaar 2000 betekent ook het einde van een decennium waarin burgeroorlogen, etnische zuiveringen en genocide - aangewakkerd door de ruime beschikbaarheid van wapens op de mondiale wapenmarkt - meer dan 5 miljoen mensenlevens opeisten, veelal burgers.
  • Bijna een derde van alle landen in de wereld heeft in de voorbije 10 jaar een gewelddadig conflict achter de rug.
  • In de jaren 1990 kostten dodelijke conflicten de internationale gemeenschap naar schatting 200 miljard dollar, nog afgezien van de onnoemelijke kosten voor de betrokken landen, waar de economische ontwikkeling voor decennia is teruggedraaid.
  • Meer dan 40 eminente diplomaten en topfunctionarissen van de Verenigde Naties zijn momenteel door de Secretaris-Generaal aangewezen als speciale vertegenwoordiger, speciale gezant of adviseur om missies om het sluiten van en handhaven van de vrede te leiden en om escalerende situaties in de gaten te houden, bijstand te verlenen of op te treden als onderhandelaars.
  • Een handvol preventie.... 

    Je zou niet spontaan denken dat controle op de handel in diamanten een gewapend conflict kan helpen voorkomen. Diamanten zijn schitterende juwelen en voor vele mensen staan ze symbool voor liefde en toewijding. We vragen ons gewoonlijk niet af waar ze vandaan komen of wie ze ontgonnen heeft en gewoonlijk brengen we ze niet in verband met burgeroorlogen. Jammer genoeg zijn sommige diamanten -de zogenaamde 'bloeddiamanten' - illegaal ontgonnen en worden ze gebruikt voor de aankoop van kleine wapens.

    In Sierra Leone heeft een brutale strijd duizenden mensenlevens gekost. Rebellen zetten deze strijd verder en plegen hiermee een inbreuk op het vredesakkoord. Groepen rebellen controleren de landstreken met diamantmijnen en gebruiken hun illegale winsten om hun oorlog te financieren. Op 5 juli 2000 heeft de Veiligheidsraad, in een poging om deze illegale handel te controleren, de import van diamanten zonder vergunning uit Sierra Leone verboden.

    Het verbod maakt deel uit van de groeiende vastberadenheid van de Veiligheidsraad om het illegaal gebruik van natuurlijke bronnen om gewapend conflict aan te wakkeren, te voorkomen. Ook de diamantindustrie neemt haar rol in de bestrijding van de handel in "bloeddiamanten" serieus op. De Internationale Vereniging van Diamantfabrikanten (International Diamonds Manufacturers Association) en de Wereldfederatie van Diamantbeurzen (World Federation of Diamond Bourses) hebben onlangs een systeem van certificaten aangekondigd, dat de het achterhalen van de herkomst van diamanten mogelijk moet maken.


    ...is beter dan een vrachtwagen behandeling 

    Conflicten zijn normaal in de menselijke samenleving en komen voortdurend voor. Conflicten zijn niet altijd gewelddadig en vormen niet altijd een probleem. Het is één van de manieren om onze diversiteit uit te drukken of verandering teweeg te brengen. Wanneer een conflict in een samenleving op gepaste wijze wordt aangepakt en omgevormd, kan het zelfs groei helpen bevorderen. Wanneer echter groepen opponenten niet de vaardigheden bezitten om conflicten onder controle te houden en wanneer ze voorkomen onder omstandigheden van onrechtvaardigheid, ongelijkheid of onvervulde aspiraties, kan een conflict gewelddadig en langdurig worden.

    Een gewapend conflict kan vreselijke gevolgen hebben. Sommigen dragen deze gevolgen direct. Ze verliezen een lid van de familie of moeten huis en haard ontvluchten. Ze gaan door het leven met een verminkte arm of voet. Anderen zijn getuige van het lijden van vrienden of kennissen die deze verliezen dragen. Nog anderen leren over deze tragedies via kranten of televisie.

    Statistieken vertellen ons een wreed verhaal. Gedurende de laatste eeuw kostten oorlogen tussen naties het leven aan zo een 100 miljoen mensen en politiek geweld kostte nog eens 170 miljoen mensenlevens. Vandaag lijkt het aantal interstatelijke gewapende conflicten te verminderen. Tegenwoordig zijn het oorlogen binnen naties - teweeggebracht door opstanden, etnische zuiveringen en hebzucht, die de meeste slachtoffers kosten. Gedurende de laatste tien jaar zijn vijf miljoen mensen omgekomen in gewapende strijd binnen nationale grenzen. Vele van deze slachtoffers, in sommige gevallen niet minder dan 90 procent, waren burgers. De oorlogen van vandaag hebben zoín 20 miljoen vluchtelingen voortgebracht en daarnaast 24 miljoen verplaatste personen.

    Deze conflicten verwoesten het leven van hun slachtoffers en de kwaliteit van het leven van de overlevenden. Ze laten een ontwrichte, wetteloze maatschappij. Ze draaien de economische ontwikkeling decennia terug. En wie kan berekenen wat het verlies aan dokters, leraren en andere professionals aan een samenleving kost, wanneer scholen en infrastructuur zijn verwoest? Hoe kan men de impact van een verloren generatie kinderen op een natie meten?

    De grondoorzaken aanpakken 

    Natuurrampen kunnen wetenschappelijk verklaard worden, maar het is veel moeilijker om de oorzaken van oorlog te begrijpen. Sociaal gedrag wordt niet bepaald door natuurwetten op dezelfde manier als cyclonen of aardbevingen. Mensen maken hun eigen geschiedenis, soms gewelddadig en onverklaarbaar. De krachten aan het werk kunnen heel complex zijn. En toch, als we er in willen slagen om dodelijke conflicten te voorkomen, hebben we behoefte aan een duidelijker begrip van hun oorzaken.

    We kunnen enkele omstandigheden herkennen die de kans op oorlog vergroten.

    • Armoede. In recente jaren bijvoorbeeld, was er meer kans voor arme landen zich in gewapende conflicten te begeven dan rijke landen. Arme landen hebben minder economische en politieke middelen waarmee ze conflicten kunnen beheersen. Armoede op zich lijkt echter geen beslissende factor te zijn, en de meeste arme landen leven meestal in vrede.
    • Ongelijkheid. Landen geteisterd door oorlog hebben vaak te lijden onder ongelijkheid tussen binnenlandse sociale groepen. Deze ongelijkheid kan gebaseerd zijn op etniciteit, godsdienst, nationale identiteit of economische en sociale klasse. Ze heeft als effect dat de toegang tot politieke macht voor sommige groepen geblokkeerd is en de weg naar vreedzame verandering gesloten. Soms breekt gewelddadig conflict uit ten gevolge van een opzettelijke mobilisatie van ongenoegen. "Identiteitspolitiek" - het promoten van etnische, religieuze of nationalistische mythen en ontmenselijkende ideologieën ‚ voorziet politieke demagogen van gemakkelijke kansen om steun voor chauvinistische doelstellingen te mobiliseren. Dit is des te meer het geval doordat minder dan 20 procent van alle staten etnisch homogeen zijn.
    • Economische achteruitgang. Het spreekt vanzelf dat het beleid van een inkrimpende economie meer vatbaar is voor conflict dan die van een groeiende economie. Wanneer verder economische hervormingen en structurele aanpassingen niet gepaard gaan met een compenserend sociaal beleid, kan dit de stabiliteit ondermijnen. Daarenboven is een zwakke regering nauwelijks in staat om het uitbreken en verspreiden van geweld tegen te houden.
    • Hebzucht. Hoewel oorlog heel kostbaar is voor de maatschappij in haar geheel, kan zij toch voor sommigen voordeel opleveren. In deze gevallen gaat het gevecht over de controle over natuurlijke bronnen, zoals diamanten, hout of andere grondstoffen. Ook er vaak drugs in het spel. Deze conflicten worden dikwijls op de gang gehouden door opportunistische individuen, of belangen van buurlanden. Ook het internationale zakenleven kan verwikkeld zijn misdadig winstbejag, het helpen witwassen van fondsen en het verzekeren van een regelmatige stroom wapens naar de conflictzone.

    Preventie is goed, maar...

    Vele organisaties en individuen spannen zich in om het uitbreken van gewapend conflict te voorkomen, of om zijn verspreiding te voorkomen eens het is uitgebroken, of om te verzekeren dat het niet opnieuw uitbreekt. De Verenigde Naties zelf werd opgericht met de doelstelling om "de komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog".

    Deze algemene erkenning dat preventie goed is, resulteert echter niet automatisch in concrete steun voor preventieve maatregelen. Staten zijn het er niet altijd over eens hoeveel "buitenlandse inmenging" ze willen toelaten in hun interne twisten en of hun nationale belangen gediend zijn bij het voorkomen van een conflict in een ander deel van de wereld. Bovendien is het gemakkelijker te reageren wanneer iets gebeurt, dan te handelen opdat iets niét zou gebeuren. Daarom hebben politieke leiders het moeilijk om hun thuispubliek ervan te overtuigen dat preventief beleid in het buitenland de investering waard is. Dergelijk beleid kan grote kosten met zich meebrengen, en hun voordeel -een tragische gebeurtenis die niét plaatsvindt -is een vaag concept wanneer men het afweegt tegen deze kosten. Om deze reden merkte Secretaris-Generaal Kofi Annan op, dat "preventie in de eerste plaats een uitdaging van politiek leiderschap is."

    Nuttige instrumenten 

    "Voor de Verenigde Naties bestaat er geen belangrijker doelstelling, geen dwingender verplichting, diepgaander aspiratie dan het voorkomen van gewapend conflict. Het verzekeren van menselijke veiligheid, in de breedste betekenis, is de voornaamste missie van de Verenigde Naties. De manier om deze missie te vervullen is werkelijke en langdurige preventie. Democratisering, het opzetten van een rechtsstaat en respect voor de mensenrechten, zijn cruciale ingrediënten."

    Secretaris-Generaal Kofi Annan

    Het Handvest van de Verenigde Naties heeft van preventie en het uitschakelen van bedreigingen voor internationale vrede en veiligheid een van de prioriteiten van de Verenigde Naties gemaakt en het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Secretaris-Generaal, het Internationaal Gerechtshof en zelfs de Economische en Sociale Raad. De Veiligheidsraad heeft onlangs een reeks bijeenkomsten gehouden, die speciaal gewijd waren aan conflictpreventie en ze heeft er haar rol bevestigd in het nemen van geschikte stappen gericht op het voorkomen van gewapende conflicten.

    Tot de instrumenten waarover deze organen beschikken, behoren onderhandeling, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage en gerechtelijke regeling. Met betrekking tot preventieve actie, beschikt de Verenigde Naties over de volgende instrumenten:

    Preventieve diplomatie 

    Gewoonlijk horen we niet veel over preventieve diplomatie wanneer ze aan de gang is. Meestal is het een vertrouwelijke serie van contacten op hoog niveau, die achter de schermen plaatsvindt. Het kan ook gaan om bemiddeling of onderhandeling, en heeft het meest succes wanneer het vroeg wordt toegepast. Uiteindelijk is het vaak moeilijk uit te maken voor waarnemers of preventieve diplomatie in werkelijkheid de verslechtering van een situatie heeft voorkomen, of de dat situatie eenvoudigweg zichzelf heeft opgelost. Anderzijds is het gemakkelijk te zien wanneer preventieve diplomatie heeft gefaald.

    De Veiligheidsraad draagt de primaire verantwoordelijkheid voor preventieve diplomatie. De Raad kan aan onderzoek en observatie doen, kan sancties opleggen en kan een vredeshandhavingsmissie uitsturen. Ook de Secretaris-Generaal doet aan preventieve diplomatie, vaak direct door zijn 'goede diensten' en soms via Speciale Vertegenwoordigers of Speciale Gezanten. Deze bekwame en betrouwbare individuen treden op als het hoofd van missies voor vredeshandhaving of vredesopbouw; ze vertegenwoordigen de Secretaris-Generaal bij langdurige onderhandelingsprocessen; ze ondernemen speciale missies of helpen evoluerende situaties opvolgen.

    Ook gewone mensen en organisaties uit de burgergemeenschap kunnen een rol spelen in de preventie, de behandeling en oplossing van conflicten, via de zogenaamde "burgerdiplomatie". In het vredesproces in het Midden-Oosten bijvoorbeeld, was de voortrekkersrol van een klein Noors onderzoeksinstituut cruciaal om de weg te bereiden voor de Oslo-akkoorden van 1993.

    Preventieve stationering

    De bedoeling van preventieve stationering is om vertrouwen te scheppen binnen gespannen regioís of tussen sterk gepolariseerde gemeenschappen. Tot nog toe is er slechts één voorbeeld van preventieve stationering. In 1992 vroeg men in de vroegere Joegoslavische Republiek van Macedonië om de stationering van militaire waarnemers van de Verenigde Naties, om de mogelijke uitbreiding van een regionale oorlog tot op haar territorium te voorkomen. Daarmee toonde het land dat vrede en stabiliteit dat vrede en veiligheid van groter belang waren, dan de mogelijke kritiek op de buitenlandse inmenging. (Zie verder: case studies)

    Preventieve ontwapening 

    Preventieve ontwapening heeft tot doel het aantal kleine en lichte wapens in conflictgevoelige regio's te verminderen. In Oost-Slavonië bijvoorbeeld, startte de vredeshandhavingsmissie van de Verenigde Naties een "terugkoop"-programma onder burgers. In Albanië steunde een initiatief van het UNDP ( het Ontwikkelingsprogramma van deVN) gemeenschapsontwikkelingsprogramma's, in ruil voor kleine wapens en munitie.

    In El Salvador, Mozambique en elders, hebben de Verenigde Naties geholpen aan het demobiliseren van de strijdende groepen, en het inzamelen en vernietigen van hun wapens als onderdeel van de toepassing van een algemeen vredesakkoord. Andere inspanningen van de Verenigde Naties zijn gericht op het vertragen van de handel in kleine en lichte wapens, de enige wapens die gebruikt worden in de meeste van de hedendaagse gewapende conflicten. Terwijl deze wapens de oorlog niet veroorzaken, voorzien ze toch in de middelen om oorlog te voeren.

    Preventieve vredesopbouw 

    Eens de gevechten zijn opgehouden, is er actie nodig om te beletten dat ze opnieuw oplaaien. De laatste jaren past de Verenigde Naties een meer algemene aanpak toe, door omstandigheden te creëren die nodig zijn voor een duurzame vrede. Dit proces kan traditionele vredeshandhaving omvatten, hulp bij verkiezingen of het opzetten van een steunkantoor voor vredesopbouw, om 'goed bestuur' te helpen realiseren of respect voor mensenrechten en de heropbouw van de rechtsstaat. Naast de Verenigde Naties kunnen er ook een aantal instellingen van de Verenigde Naties of andere deelnemers bij betrokken zijn.

    In Guinee-Bissau bijvoorbeeld, werkt het Steunkantoor voor Vredesopbouw van de Verenigde Naties (United Nations Peace-building Support Office}; aan de coördinatie van een geïntegreerd antwoord op de uitdagingen van vredesopbouw. (Zie verder: Gevalstudies. ) In Liberia steunt de VN de nationale verzoening. In Guatemala voert ze een reeks post-conflict vredesopbouw activiteiten uit, naast de controle op de uitvoering van de vredesakkoorden, het verlenen van bijstand en activiteiten van advies en publieke informatie. In Cambodja helpt de VN de regering in haar inspanningen voor nation- building, met inbegrip van het versterken van de democratische instituties en bijstand in het promoten en beschermen van mensenrechten.

    Andere strategieën zijn onder meer preventieve humanitaire acties en preventieve ontwikkelingsactiviteiten. 

    Kunnen sancties "slim" zijn?

    "... sta me toe erop te wijzen dat het niet volstaat om sancties enkel 'slimmer' te maken. De uitdaging is om een consensus te bereiken over de precieze en specifieke doelstellingen van de sancties, de instrumenten overeenkomstig hiermee aan te passen en dan te voorzien in de noodzakelijke middelen. Dit vereist van de kant van de Veiligheidsraad en de Lidstaten een bereidheid om niet enkel technisch-operationele kwesties aan te pakken, maar ook de bredere politieke vragen over hoe we ook bij onwillige staten de meest volledige en brede naleving van de wil van de internationale gemeenschap kunnen verzekeren. "

    Secretaris-Genefaal Kofi Annan

    Sancties zijn een belangrijk instrument voor de Veiligheidsraad om haar beslissingen af te dwingen. Ze tonen aan dat de Raad het ernstig meent, zonder gewapende kracht te gebruiken. Mogelijke sancties zijn een verbod op de verkoop van wapens of handels- en financiële beperkingen. Het luchtverkeer en de overzeese contacten kunnen afgesloten worden. In het algemeen legt de Raad sancties op om het gedrag van een regering of een regime dat een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid, te proberen te veranderen. In een conflictsituatie hebben sancties het doel om de duur van de gevechten te verkorten door de toegang tot wapens of brandstof te blokkeren. Op dezelfde manier kunnen sancties effectieve instrumenten zijn om gewapend conflict te voorkomen of om zijn verspreiding te beperken.

    Tegelijk met het gewenste resultaat dat sancties verondersteld worden te bereiken, treffen ze mogelijkerwijze ook grote aantallen mensen, die niet het primaire doelwit zijn. In het geval van Irak bijvoorbeeld heeft men de kritiek gegeven dat het sanctiebeleid, dat relatief succesvol was in haar doelstelling van ontwapening, de humanitaire crisis zou verergeren. In andere gevallen schuiven degenen aan de macht de kosten van de sancties af op de schouders van de minder gegoeden, terwijl ze zelf voordeel halen uit de sanctie, door de controle op de distributie van de beperkte middelen en door de winsten op de zwarte markt. Het bestaan van sancties kan een maatschappij in negatieve zin veranderen, omdat degenen die de sancties ontlopen, zoals smokkelaars, naar de top van de economische ladder opklimmen. Op deze manier kunnen onschuldige burgers slachtoffer worden van niet enkel hun eigen regering, maar ook van de acties van de internationale gemeenschap.

    Sancties kunnen ook ineffectief blijken, of moeilijk afdwingbaar, waardoor ze als het ware uitnodigen tot algehele ontduiking. Soms zijn ze ook onvoldoende gericht. In de Bosnische oorlog bijvoorbeeld, oordeelden vele staten dat het wapenembargo in het voordeel van de agressor was, en effectief een Lidstaat haar recht - krachtens het Handvest -op zelfverdeding ontzegde. In sommige gevallen is er geen compensatie voor de verliezen voor buurlanden, die significante verliezen moeten dragen ten gevolge van hun naleving. .



    Soevereiniteit en humanitaire interventie

    "We staan voor een echt dilemma. Weinigen zullen betwisten dat zowel de verdediging van de menselijkheid als de verdediging van soevereiniteit, principes zijn, die we moeten steunen. Helaas vertelt dit ons niet welk principe de bovenhand moet halen wanneer de twee met elkaar in strijd zijn."

    Uit het Millennium Rapport

    In september 1999 nodigde de Secretaris-Generaal de Lidstaten uit om een vernieuwde blik te werpen op de middelen, met inbegrip van interventie, die de Verenigde Naties gebruikt om te reageren op politieke, humanitaire en mensenrechten- crises. "Van Sierra Leone tot Soedan", zei de Secretaris-Generaal, "van Angola, tot de Balkan, en van Cambodja tot Afghanistan, zijn er veel mensen die heel wat meer nodig hebben dan enkel woorden van sympathie van de internationale gemeenschap. Ze hebben nood aan echt en duurzaam engagement om de cirkel van geweld te helpen doorbreken...

    "De Secretaris-Generaal stelde voor om het concept van interventie breed te definiëren. Het zou een reeks acties moeten omvatten, van de voornamelijk symbolische tot zulke die gericht zijn op het daadwerkelijk afdwingen van het gewenste resultaat. Het zou ook moeten gepaard gaan met de verplichting om de criteria voor interventie fair en consequent toe te passen, ongeacht de regio of de natie.

    In sommige crises wordt geen actie ondernomen omdat staten geen buitenlandse inmenging wensen, of omdat het niet in hun nationaal belang is om op te treden. De Secretaris-GeneraaI stelde voor dat, in een nieuwe eeuw, een nieuw concept van nationaal belang "staten zou kunnen aansporen om een veel grotere eenheid te vinden in het nastreven van basiswaarden in het Handvest, als democratie, pluralisme, mensenrechten, en de rechtstaat." We zijn allemaal menselijk, en ter verdediging van de gemeenschappelijke menselijkheid zouden Lidstaten van de Verenigde Naties in staat moeten zijn een gemeenschappelijke basis te vinden in het handhaven van de principes van het Handvest.

    Het onopgeloste debat over interventie staat in direct verband met de onopgeloste vraag over hoe en wanneer men moet optreden om gewapend conflict te voorkomen Alle staten steunen in principe conflictpreventie, maar in de praktijk is deze steun vaak omschreven door beperkingen, soms om financiële redenen, soms om redenen die te maken hebben met het behoud van soevereiniteit. Sommige staten drukken hun steun uit voor een preventief georiënteerde Veiligheidsraad. Ze merken op dat verzet tegen interventie zelf kan resulteren in een verminderde soevereiniteit in het geval een gewapend conflict uitbreekt. Andere staten benadrukken dat elke actie van de Veiligheidsraad om een "cultuur van preventie te vormen, zorgvuldig moet onderzocht worden. In hun opinie mag interventie niet raken aan de territoriale integriteit van staten. In het geval van intern conflict, wensen staten de situatie soms niet te "internationaliseren", of ze willen niet aanvaarden dat er naast de militaire optie ook andere oplossingen bestaan voor het conflict.


    Case studies

    Preventieve diplomatie en vredeshandhaving: Tadjikistan

    In 1992 stond Tadjikistan voor een acute sociale en economische crisis na het uiteenvallen van de Sovjetunie. De stabiliteit werd verder verstoord door wedijver tussen clans, regionale en politieke spanningen en door verschillen tussen secularisten en traditionele islamieten. In mei 1992 greep de Tadjiekse oppositie de macht, maar ze werd acht maand later verslagen door de regeringstroepen en de verslagen machthebbers vluchtten naar Afghanistan, waar ze nu en dan een gewapende opstand begonnen vanaf de overkant van de grens. Tegen midden 1993 waren een schatting van 50.000 mensen, de meeste burgers, omgekomen, een 600.000tal waren intern verplaatst en vele duizenden anderen waren gevlucht naar andere landen.

    In september 1992 nodigde de President van Oezbekistan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties uit om een missie naar de regio te sturen voor het verzamelen van feiten. Deze missie werd opgevolgd door een missie van "goede diensten" en daarna door een kleine groep van politieke, militaire en humanitaire functionarissen. In april 1993 waarschuwde de groep voor een mogelijke escalatie van het conflict. In een dringende actie wees de Secretaris-Generaal op 26 april een Speciale Gezant voor Tadjikistan aan, om een akkoord te helpen bereiken over een staakt-het-vuren en, onder andere, goede diensten beschikbaar te maken om een onderhandelingsproces te helpen opzetten.

    Deze inspanningen begonnen vrucht te dragen toen een reeks gesprekken tussen de Tadjieken onderling gehouden werd waardoor, in september 1994, een tijdelijke wapenstilstand werd ondertekend, een opvolgingsmechanisme geïnstalleerd en gevraagd werd om militaire waarnemers van de Verenigde Naties te sturen. De Secretaris-Generaal voegde een klein aantal waarnemers toe aan de VN-groep, en dit na een besluit van de Veiligheidsraad om een waarnemersmissie op te zetten. Dit besluit kwam er in december 1994, toen de Veiligheidsraad de Waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Tadjikistan (UNMOT- United Nations Mission of Observers in Tajikistan) oprichtte. UNMOT verleende bijstand aan Tadjikistan tot 15 mei 2000.

    Gezien deze inspanningen en de in het algemeen positieve uitkomst van het vredesproces, wees de Secretaris-Generaal op de vroege betrokkenheid van de Verenigde Naties, de volgehouden politieke steun van de Veiligheidsraad en regionale staten, de samenwerking met andere organisaties, het effectief crisisbeheer en, bovenal, de duidelijke wil van het Tadjiekse volk om de oorlog te beëindigen en een politieke oplossing na te streven.

    Preventieve actie: de Vroegere Joegoslavische Republiek van Macedonië

    Midden 1991 had het uiteenvallen van Joegoslavië een gewapend conflict tot gevolg tussen, onder en binnen haar verschillende onderdelen. Hoewel de gevechten zich niet hadden uitgebreid tot de vroegere Joegoslavische Republiek Macedonië, vroeg de president van deze republiek om de aanwezigheid van waarnemers van de Verenigde Naties. Hun mandaat zou essentieel preventief zijn, dit betekent dat ze elke ontwikkeling die de stabiliteit van de republiek zou kunnen ondermijnen of haar territorium aantasten- zouden opvolgen en rapporteren. Overeenkomstig hiermee werden VN-troepen, waarnemers en burgerlijke toezichthouders op de politie ingesteld langs de grensstreken en slaagden men erin om de spanningen te verminderen, het beheer van de grensstreken te vergemakkelijken en grensincidenten te bezweren.

    Tegen 1994 werd erkend dat ook interne factoren mogelijke bronnen van instabiliteit konden vormen. De politieke situatie in het land was uiterst complex, gedeeltelijk omwille van zijn etnische samenstelling. De spanningen tussen de regering en elementen in de etnisch Albanese bevolking, die eisten dat hun politieke, economische, sociale, culturele en educatieve status werd verbeterd, liepen hoog op. Er waren ook spanningen tussen de regering en nationalistische elementen in de etnisch Macedonische meerderheid. Daarenboven ging de economie erop achteruit en was er een hoge werkloosheid. In deze context spoorde de Veiligheidsraad de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal aan om zijn goede diensten aan te wenden in een bijdrage tot het behoud van de vrede en stabiliteit. Overeenkomstig hiermee begon de VN-missie de ontwikkelingen in het land op te volgen, met inbegrip van mogelijke conflictregio's, met het oog op het stimuleren van verzoening tussen de verschillende groepen. De zending bood ook ad hoc gemeenschapsdiensten en humanitaire bijstand. De Veiligheidsraad breidde uiteindelijk de taken van de zending uit tot het opvolgen van en rapporteren over illegale wapenstromen en andere illegale activiteiten.

    Op haar hoogtepunt, omvatte de missie zo'n 1.050 troepen, 35 waarnemers, 26 politie-monitoren en andere burgers van meer dan 50 landen. In februari 1999 kwam er een einde aan het mandaat van de Preventief Gestationeerde Troepenmacht van de VN (UNPREDEP - UN Preventive Deployment Force), toen de permanente leden van de Veiligheidsraad niet in staat bleken om tot een unaniem besluit te komen om de missie te behouden.

    UNPREDEP was een alomvattend model van preventieve actie. Naast de plichten die hierboven beschreven zijn, was UNPREDEP ook betrokken in een breed scala aan programma's rond 'goed bestuur' en de rechtsstaat, het versterken van de nationale capaciteit en infrastructuur, het opbouwen van instituties en de ontwikkeling van human resources in de publieke en private sector. De zending werkte samen met vele groepen in de maatschappij, en zette hen ertoe aan bij te dragen aan de ontwikkeling van het land, mee te werken aan conflictpreventie en de democratie en mensenrechten te bevorderen. Ze droeg bij aan de opbouw van internationale expertise via lange termijn programma's en -activiteiten, gericht op het vergroten van sociale vrede en stabiliteit. Ze werkte ook nauw samen met een aantal internationale organisaties.

    Preventieve ontwapening: Albanië

    In Albanië circuleerde meer dan een half miljoen wapens, vooral semi-automatische geweren, en miljoenen handgranaten en landmijnen onder de burgerbevolking. In 1999 lanceerde de Verenigde Naties haar campagne van 'Ruil van Wapens voor Ontwikkeling'. In enkele maanden tijd werden meer dan 5.770 wapens en meer dan 100 ton munitie verzameld in het Gramsh district alleen al. In ruil werden een 100tal dorpen verbonden met de telefoonlijn, waardoor de dorpelingen toegang kregen tot bijstand van de politie en het systeem van gezondheidszorg. Er werd ook voor straatverlichting voor de stad Gramsh gezorgd.

    Vredesopbouw: Guinee-Bissau

    Op 7 juni 1998 braken gevechten uit tussen de troepen die loyaal waren aan de president, en deze die loyaal waren aan de vroegere stafchef van het leger. De president had de stafchef ontslagen op grond van aantijgingen rond wapensmokkel naar separatistische rebellen in een buurland. Gedurende de volgende paar maanden onderhandelden de beide zijden tot ze een reeks akkoorden bereikten die het conflict moesten oplossen. De VN-Veiligheidsraad verwelkomde de akkoorden en vroeg de Secretaris-Generaal te onderzoeken op welke manier de Verenigde Naties Guinee-Bissau konden bijstaan in het proces van nationale verzoening.

    Tegen april 1999 had de Secretaris-Generaal een Vertegenwoordiger aangewezen, die aan het hoofd kwam te staan van een Steunkantoor voor Vredesopbouw in Guinee- Bissau. Het kantoor werd kort daarna operationeel en bevatte functionarissen voor politieke zaken en mensenrechten, een verkiezingsfunctionaris en een militair adviseur. Een van de eerste taken van het kantoor, was te werken aan het creëren van geschikte omstandigheden voor het houden van ordelijke en vreedzame wetgevende en presidentiële verkiezingen.

    Vanaf zijn oprichting tot nu, heeft de Secretaris-Generaal het mandaat van het kantoor nauwgezet geregeld, aangezien de gebeurtenissen het ritme en de aard van het vredesproces veranderden. Met de goedkeuring van de Veiligheidsraad, blijft het kantoor in Guinee-Bissau tot 2001. Zijn verplichtingen zijn momenteel:

    • Steun bieden aan nationale inspanningen voor de consolidatie en het behoud van vrede, democratie en de rechtsstaat, met inbegrip van het versterken van democratische instituties.
    • Steun bieden aan nationale inspanningen, met inbegrip van deze van de burgermaatschappij, voor verzoening, tolerantie en het vreedzaam omgaan met verschil.
    • Initiatieven stimuleren die gericht zijn op het scheppen van vertrouwen en het behoud van vriendschappelijke relaties tussen Guinee-Bissau en zijn buurlanden en internationale partners.
    • De regering en andere partijen proberen te engageren voor het aannemen van een programma van vrijwillige inzameling, overdracht en vernietiging van wapens.
    • Voorzien in het politiek kader en het leiderschap voor de harmonisatie en integratie van de activiteiten van de Verenigde Naties in het land.
    • In nauwe samenwerking met het systeem van de Verenigde Naties, met inbegrip van de Bretton Woods-instellingen, steun verlenen aan de mobilisatie van internationale politieke steun en middelen voor het herstel, de heropbouw en de ontwikkeling van Guinee-Bissau.


    Mogelijke activiteiten voor studenten:

    1. Kies een streek waar in de jaren negentig een gewapend conflict uitbrak, Haïti, Tjetjenië, Afghanistan, Sierra Leone, Rwanda, Burundie, Zaïre, Liberia, Irak, Bosnië. Zoek de antwoorden op volgende vragen op: Wie was bij het conflict betrokken? Welke kwesties wakkerden de gevechten aan? Onder welke categorie(ën) van oorzaken zou je ze plaatsen? Welke inspanningen zijn er gedaan om de gevechten te doen ophouden of een bestand te bereiken? Wie waren bij deze inspanningen betrokken? Welke factoren verhinderen en welke stimuleren het bereiken van een oplossing?
    2. Onderzoek het sanctieproces. Je kan bijvoorbeeld beginnen met een onderzoek van de sancties die gebruikt werden in het geval van Zuid-Afrika. Hoe lang werden deze sancties aangehouden? Welke soort sancties werden opgelegd? Wie heeft eraan meegewerkt? Wat was het resultaat van de sancties? In hoeveel andere situaties zijn sancties gebruikt? Door wie? Waarom? Wat was het effect? Heeft het gehoorzamen aan de sancties negatieve effecten gehad voor partijen die niet direct in het conflict betrokken waren? Wat was het resultaat?
    3. Is jouw land betrokken geweest in een conflict, of heeft het ingegrepen in een conflict in een ander land? Wat zijn/waren de centrale punten in dat conflict? Welke acties heeft jouw land ondernomen? Wie is de interventie begonnen? Hoe was de publieke opinie met betrekking tot de problematiek? Wie waren de voor- en tegenstanders van de interventie? Welke argumenten gebruikten beide zijden? Vraagje klasgenoten wat zij denken over interventie? Hoe is de situatie momenteel?
    4. Kies een conflict dat momenteel op de agenda van de Veiligheidsraad staat. Laat verschillende leerlingen de rol van verschillende leden van de Veiligheidsraad spelen, doe voldoende onderzoek en speel een vergadering van de Veiligheidsraad na in de klas. Permanente Vertegenwoordigingen van VN-Lidstaten zullen voor dergelijke simulaties graag hun visies meedelen. Je kan hen vinden vanaf de VN-website: www.un.org. Ga naar de Lidstaten ('Member Statesí), dan naar de websites van de Permanente Vertegenwoordigingen bij de Verenigde Naties ('Home Pages of Permanent Missions to the UNí).
    5. Denk na over de volgende objectieven in het buitenlands beleid van een natie of een groep die belangen van buitenlands beleid nastreeft: socio-psychologische factoren (verlangen naar macht of herstel van de nationale trots); verzekeren van de nodige grondstoffen; markten verzekeren; een ideologie verspreiden; de nationale veiligheid beschermen tegen een externe bedreiging; het zoeken naar extra land om overbevolking op te vangen; etnocentrisme stimuleren; de interne cohesie versterken; zelfbeschikking nastreven; humanitaire inspanningen steunen. Bespreek in kleine groepen welke de drie belangrijkste objectieven zijn, en rangschik ze volgens hun belang. Deel jullie conclusies met de klas. Kies een van de regio's die hierboven (I ) werden opgesomd, en rangschik de objectieven die volgens jou in dat bepaald conflict spelen. Vergelijk jullie resultaten. Bekijk de reacties van uw land tegenover dat conflict. Wat lijken de doelstellingen te zijn? Ga je wel of niet akkoord? <
    6. Bekijk de instrumenten van buitenlands beleid waarover een natie beschikt in haar actie tegenover een andere natie: propaganda; diplomatie; handelsrelaties; buitenlandse hulp; de vorming en het behoud van allianties; inspanningen via een internationale organisatie als de Verenigde Naties; boycots, sancties en andere stimulansen; het gebruik van militaire middelen (lijst uit Educational Resources for Preventing Deadly Conflict, door de Carnegie Commission on Preventing Deadly Conflicts). Zoek voorbeelden voor het gebruik van elk van deze instrumenten, en gebruik zoveel mogelijk voorbeelden uit de ervaringen van je eigen land. Welke instrumenten waren volgens jou effectief? Waarom? Hoe staan deze instrumenten in vergelijking met die waarover de Verenigde Naties beschikt, zoals hoger in de tekst opgesomd? Aan welk soort buitenlandse acties vind je dat jouw regering jouw belastinggeld het best spendeert? Waarom?
    7. Denk aan een regio waar tegenwoordig een dodelijk conflict woedt. Welke emotionele reactie heb je op die situatie? Hoe zou je je voelen als je een van de direct betrokken personen was? Denk na over de visies van elke persoon die direct getroffen is? Hoe zou deze situatie jou, je familie, vrienden, gemeenschap, land en de wereld beïnvloeden? Heb je een verantwoordelijkheid om iets aan deze situatie te doen? Waarom? Waarom niet? Wie heeft een dergelijke verantwoordelijkheid? Wat zou er gebeuren als iedereen zich voelde zoals jij? Als je iets zou willen doen, welke acties zou je dan eventueel ondernemen? Op welke manier zouden deze acties de noden invullen? Wat zijn enkele mogelijke onverwachte resultaten van elke actie? Welke opties lijken het meest veelbelovend? Waarom? Welke stappen moet je ondernemen om jouw keuze in de praktijk te brengen ? Onderneem ze!
    8. De volgende inspanningen kunnen grondoorzaken van geweld helpen oplossen. Zoek met de hele klas naar lokale inspanningen die gebeuren en schrijf een brief met jullie bedenkingen naar die personen of groepen die ze uitvoeren. Nodig hen uit naar de klas en leer hoe je deze inspanningen kan steunen:
    • Het controleren, verminderen en eventueel elimineren van massavernietigingswapens: nucleaire, chemische en biologische
    • De handel in conventionele wapens controleren
    • De installatie van stabiele en democratische regeringen stimuleren
    • De rechtsstaat aanmoedigen, en een eerlijke, effectieve rechtsmacht
    • Tolerantie en het vreedzaam samenleven van minderheden promoten
    • Bijstand bieden voor economische ontwikkeling
    • De ontwikkeling van strategieën tot het oplossen van conflicten stimuleren
    • Werken aan de verbetering van gezondheidsstandaarden en ‚praktijken
    • Analfabetisme bestrijden
    • Middelen en technologieën beheren, die de ontwikkeling van een grote middenklasse stimuleren

    (lijst uit Educational Resources for preventing Deadly Conflict, door de Carnegie Commission on Preventing Deadly Conflicts )

    Geselecteerde bronnen

    • Preventing War and Disaster: A Growing Global Challenge. Kofi A. Annan
      http://www .un. org/Docs/SG/Report99/toc.htm

    • Promoting social integration in post-conflict situations: Report of the Secretary-General A/AC.253/23, 24 februari 2000
    • Strengthening of the United Nations system capacity for conflict prevention. Joint Inspection Unit. A/50/853, 22 december 1995
    • Preventing Deadly Conflict: Final Report. Carnegie Commission on Preventing Deadly Conflict, Carnegie Corporation of New York, 1997. http://www.ccpdc.org/pubs/rept97/finfr/htm
    • The Causes of conflict and the promotion of durable peace and sustainable development in Africa: Report of the Secretary-General. N521871-8119981318. http://www.un.org/ecosocdev/geninfo/afrec/sgreport/index.html
    • Progress report of the Secretary-General on the implementation of the recommendations contained in the report on the causes of conflict and the promotion of durable peace and sustainable development in Africa. S/1999/1008.