Terug - Mensenrechten

 

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Magna Charta voor de hele mensheid

De bewoording en aanvaarding van de Verklaring: een taak van lange adem

De Verklaring: een visie van wat de wereld zou moeten zijn

Internationale krachtenbundeling voor de Verklaring: de betrokkenheid van regeringen

Campagne voor een breed maatschappelijk bewustzijn

De Verenigde Naties

Uitdagingen

Bijna een halve eeuw is verstreken sinds de Verenigde Naties op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aannam. De Declaratie was een van de eerste voornaamste wapenfeiten van de Verenigde Naties en blijft ook na vijftig jaar een krachtig instrument, dat wereldwijd nog altijd van enorme invloed is op het leven van de mensen. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een internationale organisatie een document aanvaardde dat van universele waarde werd geacht. Het was ook voor het eerst dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden op zo uitvoerige wijze werden neergelegd. Er bestond brede internationale steun voor de Verklaring toen ze werd aanvaard. Een Franse vertegenwoordiger bij de Algemene Vergadering van de VN sprak van "een mijlpaal voor de wereld in de lange strijd voor de mensenrechten".

De aanvaarding van de Universele Verklaring is voor een groot deel terug te leiden tot de roep om vrede die alom klonk tijdens de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de 58 landen die destijds de VN vormden, qua ideologie, politiek systeem en godsdienstige en culturele achtergrond verschilden en hoewel zij zich in sociaal-economische zin volgens andere patronen ontwikkelden, geldt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als de verwoording van hun gemeenschappelijke doelen en idealen, als een tekst die een door de internationale gemeenschap gewenst wereldbeeld vervat.

Tot op heden is de Universele Verklaring vertaald in meer dan 200 talen en nog altijd is het een van 's werelds bekendste en meest aangehaalde documenten over mensenrechten. De Verklaring is door de jaren heen veelvuldig ingezet ter verdediging en bevordering van de rechten van mensen. Haar beginselen zijn vastgelegd in – en blijven een inspiratiebron voor – nationale wetgeving en in de grondwetten van tal van recent onafhankelijk geworden staten. Ook de statuten en besluiten van regionale intergouvernementele organisaties en de verdragen en resoluties die binnen het VN-systeem worden aanvaard, verwijzen veelvuldig naar de Verklaring.

In 1998 wordt de vijftigste verjaardag van deze Magna Charta voor de hele mensheid gevierd. Het thema van de 50ste verjaardag luidt "Voor alle mensen alle mensenrechten" en legt de nadruk op het universele, ondeelbare en nauw verweven karakter van de mensenrechten. Daarmee wil de VN de idee versterken dat de mensenrechten – zowel de burgerrechten en politieke rechten als de culturele, economische, en sociale rechten – ÈÈn geheel vormen en dus niet los van elkaar mogen worden gezien.

De bewoording en aanvaarding van de Verklaring: een taak van lange adem

Bij haar oprichting in 1946 telde de Commissie van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten 18 lidstaten. Tijdens haar eerste zittingen vormde de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens het voornaamste agendapunt. De Commissie stelde een redactiecomitÈ in dat zich geheel en uitsluitend wijdde aan de voorbereiding van een ontwerptekst voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het redactiecomitÈ telde acht personen, afkomstig uit AustraliÎ, Chili, China, Frankrijk, Libanon, de Sovjetunie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het Secretariaat van de Verenigde Naties formuleerde onder leiding van John Humphrey de hoofdlijnen (in totaal 400 bladzijden) die dienden als het voornaamste werkdocument voor het comitÈ.

Het opstellen van de ontwerptekst voor de Universele Verklaring vergde twee jaar. Tijdens dit proces hanteerden de opstellers een gemeenschappelijke grondslag voor discussies en een gemeenschappelijk doel: de eerbied voor de fundamentele rechten en vrijheden. Ondanks botsende opvattingen over bepaalde vraagstukken, kwamen zij overeen om in het document de beginselen van non-discriminatie, burgerrechten en politieke rechten, en ook sociale en economische rechten op te nemen. Ook waren zij het er over eens dat de Verklaring algemeen geldend moest zijn.

Mevrouw Eleanor Roosevelt, die de Mensenrechtencommissie gedurende de eerste jaren leidde, toonde zich persoonlijk hooglijk betrokken bij de voorbereiding van de Verklaring. Zij stelde de vraag: "Waar beginnen de mensenrechten, welbeschouwd? Op kleine plaatsen, vlakbij huis – zo vlakbij en zo klein, dat ze op geen wereldkaart zijn te vinden. Toch vormen juist die kleine plaatsen de wereld van het individu: de buurt waar hij woont; de school of universiteit die hij bezoekt; de fabriek, de boerderij of het kantoor waar hij werkt. Het is daar waar iedere man, iedere vrouw en ieder kind zoekt naar gelijke rechten, naar gelijke kansen en naar gelijke waardigheid zonder discriminatie. Als deze rechten daar geen betekenis hebben, zijn ze ook elders nauwelijks van belang. Zonder breed engagement in de samenleving om die rechten vlakbij huis te doen gelden, zal ons streven naar vooruitgang op mondiaal vlak vergeefs zijn."

Op 10 december 1948 werd in het Palais de Chaillot in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaard door de 58 lidstaten van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Achtenveertig staten waren voor aanvaarding, acht onthielden zich van stemming (twee landen waren niet aanwezig tijdens de stemming). De Algemene Vergadering proclameert de Verklaring "als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal" waarnaar individuen en samenlevingen moeten streven en "door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen".

De Verklaring: een visie van wat de wereld zou moeten zijn 

Hoewel de Verklaring, die een breed scala van rechten omvat, geen juridisch bindend document is, gold ze als inspiratiebron voor meer dan zestig mensenrechten-instrumenten, die samen een internationaal normenpakket voor de mensenrechten vormen. Enkele van die instrumenten zijn: het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten – beide juridisch bindende verdragen. Samen met de Universele Verklaring vormen deze verdragen het Internationaal statuut van de rechten van de mens.

De Verklaring erkent dat de "inherente waardigheid van alle leden van de mensengemeenschap de grondslag is voor vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld" en gekoppeld is aan de erkenning van de fundamentele rechten waarop iedere mens aanspraak maakt. Enkele van die rechten zijn het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon; het recht op een voldoende hoge levensstandaard; het recht om in een land asiel tegen vervolging te krijgen en te genieten; het recht op eigendom; het recht op vrijheid van mening en meningsuiting; het recht op onderwijs; het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; en het recht op vrijheid van folteringen en onterende behandeling. Dit zijn inherente rechten waarop alle leden van de mensengemeenschap aanspraak maken – mannen, vrouwen en kinderen, maar ook maatschappelijke, al dan niet achtergestelde groepen. Deze rechten zijn dus geen "geschenken" die men naar believen kan gunnen, achterhouden of terugeisen.

Mary Robinson werd in september 1997 de tweede Hoge VN Commissaris voor de Mensenrechten gaf opnieuw uitdrukking aan deze stelling, toen ze verklaarde: "mensenrechten behoren toe aan mensen, mensenrechten gaan over mensen en hun rechten in de praktijk van alledag". Mevrouw Robinson verklaarde dat ze bij haar werk in het kader van de bevordering van de mensenrechten zou kiezen voor een aanpak vanuit de basis, een aanpak die de openingswoorden van het Handvest van de VN weerspiegelt: "Wij, de volken".

De rechten vervat in de Verklaring en in de twee verdragen werden nader uitgewerkt in diverse juridische documenten zoals het Internationale verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, dat het uitdragen van opvattingen op basis van rassensuperioriteit of oproepen tot haat wettelijk strafbaar stelt; het Internationale verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, dat maatregelen voorschrijft ter uitbanning van discriminatie van vrouwen op het gebied van deelname aan het politieke en openbare leven, en op het vlak van onderwijs, werk, gezondheid, huwelijk en familie. Ook is er het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat garanties bevat in samenhang met de mensenrechten van kinderen.

Internationale krachtenbundeling voor de Verklaring: de betrokkenheid van regeringen 

Tijdens de Wereldconferentie inzake Mensenrechten die in juni 1993 plaatshad in Wenen, spraken 171 staten zich opnieuw uit over het universele, ondeelbare en nauw verweven karakter van de mensenrechten. Ook bevestigden ze opnieuw hun verbondenheid aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Tijdens de conferentie werden de Verklaring en het Actieprogramma van Wenen aanvaard, die beide een nieuw kader vormen voor "planning, dialoog en samenwerking" met het oog op een holistische benadering van de bevordering van de mensenrechten, waarbij spelers zowel op plaatselijk, nationaal als op internationaal plan zijn betrokken. In 1998 zal tevens de eerste vijfjaarlijkse evaluatie van het Actieprogramma van Wenen plaatsvinden. Deze evaluatieronde verschaft de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring een belangrijke bijkomende dimensie; veel ijveraars voor de mensenrechten en ook professioneel betrokkenen beschouwen dit als een uitgelezen moment voor staten om hun betrokkenheid bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten een nieuw elan te geven.

Deze eerste evaluatie biedt regeringen de gelegenheid zich ervan te vergewissen dat de rechten vervat in de Verklaring hun neerslag vinden in nationale wetgeving en ook om over te gaan tot de bekrachtiging van internationale mensenrechtenverdragen die nog ter ratificatie voorliggen. Regeringen zouden kunnen overwegen om ten gunste van de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten een pro-actieve strategie te formuleren en gestalte te geven. Zo'n strategie zou concreet kunnen worden vertaald in nationale plannen ter bevordering van de mensenrechten en in daadwerkelijke steun voor het mensenrechtenthema in het onderwijs. De verjaardag van de Universele Verklaring zou voorts meer landen er toe kunnen aanzetten om flagrante schendingen van de mensenrechten niet alleen te veroordelen, maar ook om daarvoor verantwoordelijkheid op zich te nemen en om actie te ondernemen gericht op het doorbreken van de vicieuze cirkel die het gevolg is van het straffeloos schenden van die rechten.

Campagne voor een breed maatschappelijk bewustzijn 

De vijftigste verjaardag is een uitgelezen moment om het maatschappelijk bewustzijn te vergroten omtrent de betekenis van de Universele Verklaring en haar rol in ons dagelijks leven. Informatie verschaffen over mensenrechten in zo veel mogelijk talen, is ÈÈn aspect van zo'n wereldwijde bewustmakingscampagne. Aangezien de viering valt in het Decennium voor Onderwijs over de Mensenrechten (1995-2004), vraagt de verjaardag ook in dat verband om extra aandacht voor onderwijs en concrete actie. Naast de tekst van de Verklaring, die inmiddels al in 200 taalversies bestaat, zullen er in samenhang met de vijftigste verjaardag ook vertalingen verschijnen in een reeks kleine inheemse talen.

De vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring biedt volken wereldwijd de kans om de aanvaarding van dit sleuteldocument te gedenken. Het is ook een kans om in alle lagen van de samenleving de krachten te bundelen met het oog op een versterkte mensenrechtenbeweging op brede grondslag. De betrokkenheid van de samenleving en van niet-gouvernementele organisaties in de strijd voor de naleving van de mensenrechten heeft wereldwijd immers altijd al een belangrijke rol gespeeld bij het stimuleren en bevorderen van de mensenrechten. In veel landen zijn inmiddels nationale comitÈs opgezet om in het kader van de herdenking activiteiten te organiseren.

Aan de basis opererende bewegingen – die hele gemeenschappen aanmoedigen hun rechten te kennen, te eisen en te verdedigen – zullen een positieve en krachtige boodschap doen uitgaan: het aantal mensen dat niet de geringste concessie tolereert als het aankomt op het respect voor de mensenrechten, groeit wereldwijd gestaag. Op plaatselijk niveau kunnen bekommerde burgers via volksvertegenwoordigers hun regeringen vragen over te gaan tot ratificatie van internationale mensenrechtenverdragen voor zo ver ze dat nog niet hebben gedaan.

De Verenigde Naties 

Overeenkomstig de aanbevelingen die in 1993 tijdens de Wereldconferentie inzake Mensenrechten werden gedaan voor een sterkere co–rdinatie van de werkzaamheden binnen het VN-systeem, verklaarde Kofi Annan, Secretaris-Generaal van de VN: "Ik zal kampioen mensenrechten worden en er voor zorgdragen dat de mensenrechten op alle beleidsterreinen integrerend onderdeel gaan uitmaken van de werkzaamheden van de Organisatie".

Bij al het werk van de Verenigde Naties komen inderdaad de mensenrechten ter sprake, of het nu gaat om vredesoperaties, rechten van kinderen, gezondheid en ontwikkeling, om de rechten van inheemse volkeren, om onderwijs, sociale ontwikkeling of om de uitbanning van armoede. Tussen alle organisaties en programma's binnen het VN-systeem heeft dan ook overleg plaats over het formuleren van strategieÎn en het opzetten van campagnes.

Uitdagingen  

Sinds de oprichting van de Verenigde Naties vormen de bevordering en bescherming van de mensenrechten een kerntaak. In artikel 1 van het Handvest wordt al verwezen naar de bevordering en de eerbiediging van de mensenrechten en hetzelfde geldt voor artikel 68 van het Handvest dat oproept tot de instelling van een commissie ter bevordering van de rechten van de mens. Door de jaren heen heeft de VN een breed scala van mechanismen opgebouwd voor toezicht op schendingen van de mensenrechten. Verdragrechtelijke mechnanismen (in verdragsteksten neergelegde afspraken) en niet-verdragrechtelijke mechnanismen (speciale VN-rapporteurs, vertegenwoordigers, deskundigen en werkgroepen) zijn ingezet om toe te zien op de naleving van de mensenrechten door staten die partij zijn bij de verschillende mensenrechteninstrumenten en om aantijgingen van schendingen van mensenrechten te onderzoeken. De afgelopen jaren is op verzoek van regeringen een aantal plaatselijke kantoren opgezet, ondermeer om assistentie te verlenen bij de ontwikkeling van nationale instanties voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en bij het voeren van educatieve campagnes over mensenrechten.

Ondanks de successen die de wereld heeft geboekt op het gebied van de mensenrechten, liggen er nog tal van uitdagingen voor ons. In de internationale gemeenschap zijn velen van mening dat mensenrechten, democratie en ontwikkeling nauw met elkaar in verband staan. Pas als de rechten van de mens alom worden gerespecteerd, zal het mogelijk blijken de internationale vrede en veiligheid te handhaven en sociale en economische ontwikkeling te bewerkstelligen. De wereld wordt nog altijd geplaagd door etnische conflicten en genocide. Mensen zijn nog altijd het slachtoffer van vreemdelingenhaat, van discriminatie op grond van geloof of geslacht, en van uitsluiting. Over de hele wereld zijn er nog altijd miljoenen mensen die voedsel, huisvesting, toegang tot medische verzorging, onderwijs en werk ontberen. Te veel mensen leven in schrijnende armoede. Hun inherente menselijkheid en waardigheid worden niet erkend.

De toekomst van de mensenrechten ligt in onze handen. We moeten allemaal actie ondernemen wanneer mensenrechten worden geschonden. Zowel staten als individuen moeten verantwoordelijkheid op zich nemen als het gaat om de verwezenlijking en doeltreffende bescherming van de mensenrechten.


UNIC Logo
Terug  Home  Terug naar boven