Terug - Agenda

 

OP DE TIENDE VERJAARDAG VAN DE GENOCIDE IN RWANDA:
EEN SPECIALE HERINNERINGSDAG EN
DE AANKONDIGING VAN EEN ACTIEPLAN TER
VOORKOMING VAN GENOCIDE


Op 7 april dit jaar neemt de Verenigde Naties om 12.00 uur ’s middags voor de eerste keer een minuut stilte in acht om de slachtoffers van de genocide in Rwanda te herinneren. Dit zal voortaan elk jaar gebeuren. Op uitnodiging van de Secretaris-Generaal zal dit over de hele wereld gebeuren. De Secretaris-Generaal zal voor de Mensenrechtencommissie in Geneve een “Plan ter Voorkoming van Genocide” voorstellen.

Naar aanleiding van deze gebeurtenissen, graag uw aandacht voor het volgende:

1. de boodschap van de Secretaris-Generaal n.a.v. de 10e verjaardag van de Genocide in Rwanda, die op deze website opgenomen is;
2. u kunt ook de speciale website voor deze gelegenheid te raadplegen:
http://www.un.org/events/rwanda,
3. alsmede website www.rwandaproject.org, waarop u de tentoonstelling “Door de ogen van een kind” aantreft.. Deze tentoonstelling werd samengesteld uit foto’s, genomen door weeskinderen van de genocide in Rwanda en georganiseerd door Pixel Press, Adam Nadel en het Departement Informatie van de Verenigde Naties, in samenwerking met de Permanente Missie van Rwanda bij de Verenigde Naties.


SECRETARIS-GENERAAL KOFI ANNAN PRESENTEERT
ACTIEPLAN TEGEN GENOCIDE

 

7 april 2004 – Tien jaar nadat meer dan 800 000 Rwandese Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord werden door hun medeburgers, kondigt Secretaris-Generaal Kofi Annan een vijfpuntenplan aan voor de Verenigde Naties dat genocide in de toekomst moet voorkomen. Hij vroeg daarbij ook meteen aandacht voor de crisis die zich afspeelt in de Darfur regio van Soedan.

Tijdens zijn toespraak tot de VN-Commissie van de Rechten van de Mens, gevestigd in Genève, drukte Annan ernstige bezorgdheid uit over reeds gerapporteerde schendingen van de mensenrechten in Darfur. Annan citeert een recente waarschuwing van de VN Emergency Relief Coördinator voor etnische zuiveringen in het gebied.

“Deze berichten geven me een angstig voorgevoel,” zei de Secretaris-Generaal. “Welke termen er ook gebruikt worden om de situatie te beschrijven, de internationale gemeenschap kan niet machteloos toezien.”

Annan stelde voor om, met de steun van de Soedanese regering, een high-level team naar Darfur te sturen om de situatie te onderzoeken. Tevens moet dit team betere toegang trachten te vinden tot diegenen die hulp en bescherming nodig hebben. “Het is van vitaal belang dat internationale ontwikkelingswerkers en mensenrechtenexperts volledige toegang hebben tot de regio en tot de slachtoffers, zonder enige vertraging,” zei hij. “Indien dit aan hen wordt ontzegd, moet de internationale gemeenschap voorbereid zijn om snel en adequaat tot actie over te gaan,” waarschuwde hij.

De Secretaris-Generaal deelde zijn persoonlijke reflecties over genocide mee en verklaarde dat daadwerkelijke actie als antwoord “het enig passende aandenken” zou zijn dat de VN kan bieden aan de slachtoffers van de honderd dagen durende razernij van etnisch geweld waarin Rwanda verkeerde in 1994.

“Als er iets is dat ik het liefst zou nalaten aan mijn opvolgers, dan is het wel een organisatie die beter uitgerust is om een genocide te vermijden en die in staat is doeltreffend te reageren wanneer preventie mislukt, “zei Annan, die de Afdeling Peacekeeping Operations van de VN leidde in 1994. Hij zei ook dat hij zich sindsdien voortdurend vragen heeft gesteld over wat meer gedaan had kunnen worden om de moorden te stoppen.

Zijn toespraak was een van de vele gebeurtenissen, wereldwijd georganiseerd door de VN ter herdenking van de massamoorden. Tevens werd op om 12.00 uur s’middags een minuut stilte in acht genomen in de verschillende tijdszones en werd er in New York een bijzondere bijeenkomst gehouden door de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.

Tijdens de uiteenzetting van zijn Actieplan ter Preventie van Genocide, zei Annan dat men als eerste stap een gewapend conflict moet voorkomen door de oorzaken daarvan weg te nemen. “We moeten de wortels van geweld en genocide aanvechten: haat, onverdraagzaamheid, racisme, tirannie, en de algemene dialoog over ontmenselijking, waardoor de waardigheid en de rechten van een hele groep mensen in het gedrang komen,” zei hij.

Het beschermen van burgers tijdens oorlogstijd is een tweede stap bij het voorkomen van potentiële genocide, zei de Secretaris-Generaal. Hij merkte op dat in meer en meer conflicten burgers, waaronder ook vrouwen en kinderen, niet langer vast zitten in de vuurlinie, maar onmiddellijke doelwitten geworden zijn van geweld en verkrachting.

“Waar burgers opzettelijk als doelwit worden geviseerd omdat ze tot een bepaalde gemeenschap behoren, loert het potentiële, al dan niet actuele gevaar van genocide,” zei hij. Hiermee waarschuwde Annan de internationale gemeenschap dat het niet langer blind kan blijven voor deze wrede dynamiek.

Een derde stap is een einde maken aan de straffeloosheid van diegenen, die dergelijke misdaden begaan hebben, verklaart de Secretaris-Generaal. Hij riep het werk van het VN-Rwanda-Tribunaal voor de geest en de afdoende uitspraken die het voortgebracht heeft – het eerste tribunaal dat een voormalige regeringschef veroordeelde tot genocide, het eerste tribunaal dat vaststelde dat verkrachting kan beschouwd worden als een daad van genocide, en het eerste om te oordelen dat journalisten, die de bevolking ophitsen tot genocide, zelf schuldig zijn aan deze misdaad.

Hij zei dat zijn plan inspanningen vereist om wereldwijd de ratificatie van het Statuut van Rome te bekomen, zodat het Internationaal Strafhof “efficiënt kan reageren op misdaden tegen de menselijkheid, telkens wanneer nationale rechtbanken dit niet kunnen of niet willen.”

In een poging om een systeem te installeren dat “vroegtijdig en duidelijk waarschuwt” voor potentiële genocide, deelt de Secretaris-Generaal zijn beslissing mee om een Bijzondere Adviseur voor de Preventie van Genocide te benoemen, die zal rapporteren aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering, alsook de Commissie.

De adviseur zal nauw samenwerken met de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de VN om informatie te verzamelen over potentiële of bestaande situaties en dreigingen van genocide, zei Annan. Hij zal tevens dienen als een vroegtijdig waarschuwingsmechanisme voor de Veiligheidsraad en andere delen van het VN-systeem, en aanbevelingen doen naar de Veiligheidsraad toe over de te ondernemen acties ter preventie of stopzetting van genocide.

Wat betreft het vijfde punt van zijn plan, riep de Secretaris-generaal op tot “snelle en daadwerkelijke actie” als antwoord op waarschuwingen voor genocide. “Iedereen die zich inlaat met genocide, begaat een misdaad tegen de menselijkheid. De mensheid moet op haar beurt zelf actie ondernemen. Het instrument daarvoor moet de Verenigde Naties zijn, en de Veiligheidsraad in het bijzonder,” zei hij. Hij voegde daaraan toe dat militaire actie een uitzonderlijke maatregel is.

“Laat ons niet wachten tot het ergste gebeurd is, of onvermijdelijk wordt” zo concludeerde de Secretaris-Generaal. “Laat ons niet wachten tot het enige alternatief van militaire actie ijdele verontschuldigingen zijn of koele onverschilligheid. Laat ons de preventie van genocide ernstig nemen. Alleen op deze manier kunnen we eer betonen aan de slachtoffers, die we vandaag herdenken. Alleen zo kunnen we diegenen redden die morgen slachtoffer kunnen zijn.”

Voor de tekst van de toespraak van de Secretaris-Generaal voor de Mensenrechtencommissie in Geneve in het Engels, hier klikken:

THE SECRETARY-GENERAL'S ADDRESS TO THE COMMISSION ON HUMAN RIGHTS, Geneva, 7 April 2004 (MS Word)

Webcast van de plechtigheid, hier klikken:

Archived webcast of the Geneva event

 

 

 

DE SECRETARIS-GENERAAL


BOODSCHAP NAAR AANLEIDING VAN DE
10E VERJAADAG VAN DE GENOCIDE IN RWANDA

7 april 2004

 

De genocide in Rwanda had nooit mogen gebeuren, maar gebeurde toch. Noch het VN-Secretariaat, de Veiligheidsraad, de Lidstaten in het algemeen of de internationale media, hebben voldoende aandacht besteed aan de voortekens van deze ramp. Achthonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen werden op de meest meedogenloze wijze door hun eigen buren afgeslacht en veilige plaatsen, zoals kerken en ziekenhuizen, veranderden in slachthuizen. De internationale gemeenschap faalde in Rwanda en dat feit zal ons altijd met een bitter gevoel en veel verdriet blijven achtervolgen.

Tien jaar later proberen wij nog steeds de brokstukken te lijmen. De VN doet in Rwanda alles wat in haar macht is om de mensen op de been te helpen en te verzoenen. Wij zijn in het hele land present – bij het mijnen ruimen, het repatriëren van vluchtelingen, het heropenen van ziekenhuizen en scholen, het helpen opzetten van een rechtssysteem en nog veel meer. Het Straftribunaal van de Verenigde Naties in Tanzania heeft baanbrekende straffen opgelegd. Voor de eerste keer werden een voormalig staatshoofd en journalisten schuldig bevonden aan genocide en werd verkrachting als een daad van genocide erkend. De VN doet wat het kan om de Rwandezen te helpen samen een nieuwe maatschappij op te bouwen, in het bijzonder voor de jonge generatie, die de toekomst van het land is.

Maar mochten wij vandaag voor een soort gelijke situatie komen te staan, kunnen wij dan wel op tijd reageren? Dat kunnen we absoluut niet bevestigen. En de kans op genocide blijft angstaanjagend reëel. Daarom heb ik besloten om op deze verjaardag de VN-Mensenrechtencommissie een “Actieplan ter Voorkoming van Genocide” voor te leggen, waarbij het hele VN-systeem betrokken is. We kunnen ons niet veroorloven af te wachten tot het ergste gebeurt, of al aan het gebeuren is, in nutteloos gejammer uit te barsten of koude onverschilligheid aan de dag te leggen. De wereld moet beter uitgerust worden om genocide te voorkomen en resoluut kunnen optreden als de preventie faalt.


Op 7 april 2004, de Dag van Bezinning over de Genocide in Rwanda, zullen wij een minuut stilte in acht nemen. Laat dit de gelegenheid bij uitstek zijn om ons een te voelen, iets dat we 10 jaar geleden niet konden. Ik hoop dat deze minuut een boodschap zal zijn, die ook de komende jaren nog lang zal weerklinken – een boodschap die van onze wroeging getuigt voor het verleden en die onze vastberadenheid laat zien om een dergelijke tragedie in de toekomst nooit meer te laten gebeuren. Mogen de slachtoffers van de genocide in Rwanda rusten in vrede. Mag hun opoffering ons nog lang bijblijven en aanleiding zijn om onze medemensen te behandelen als leden van een en dezelfde menselijke familie.