UNHCR PERSBERICHT
7 oktober 2004


UNHCR: BESCHERMING VAN VLUCHTELINGEN IS NOODZAAK, NIET BELEIDSKEUZE


GENÈVE – Vluchtelingen zijn mensen, en geen statistieken of globale trends, zo liet Erika Feller, de hoogste functionaris voor vluchtelingenbescherming van UNHCR, donderdag in Genève aan regeringen weten. “De bescherming van vluchtelingen is een humanitaire noodzaak, niet een beleidskeuze."

In haar verslag over de bescherming van vluchtelingen aan de jaarlijkse vergadering schetste Feller, UNHCR’s Directeur voor Internationale Bescherming, een gemengd beeld van de huidige vluchtelingensituatie, van afnemende aantallen temidden van een omgeving die steeds vijandiger staat tegenover vluchtelingen, asielzoekers en diegenen die hen pogen te helpen.

Feller, UNHCR’s Directeur voor Internationale Bescherming, zei dit tegen de 66 lidstaten van het Uitvoerend Comité, het hoogste bestuurlijke orgaan van de VN-vluchtelingenorganisatie. Uit haar verslag aan de jaarlijkse vergadering over de huidige vluchtelingensituatie blijkt dat de aantallen afnemen, maar dat er steeds meer weerstand is tegen vluchtelingen, asielzoekers en diegenen die hen pogen te helpen.

Een positieve ontwikkeling is dat de aantallen vluchtelingen zijn gedaald, terwijl er steeds meer vluchtelingen kunnen terugkeren in landen als Afghanistan en in delen van Afrika. Sinds 2001 is het aantal mensen die onder het mandaat van UNHCR vallen wereldwijd met bijna 22 procent afgenomen tot 17,1 miljoen dit jaar. Feller zei dat sommige regeringen veel belangstelling tonen voor ondersteuning van de herkomstregio’s en voor een betere lastenverdeling door te zoeken naar oplossingen voor de lange termijn.

Maar Feller maakt zich grote zorgen over de toenemende vijandigheid tegen vluchtelingen en asielzoekers in veel delen van de wereld. "De spiralen van geweld en mensenrechtenschendingen die mensen dwingen te vluchten blijven hun tol eisen”, zei ze. "Pogingen om de slachtoffers bij te staan en te beschermen worden ondermijnd doordat hulpverleners zelf het doelwit zijn geworden van geweld en moord."

In verscheidene landen lijden mensen nog dagelijks onder geweld, niet-naleving van elementaire mensenrechten, economische marginalisatie, discriminatie, uitsluiting, of conflicten, zei Feller. Daarom zoeken ze de bescherming die ze nodig hebben. Juist in deze geest is in 1951 het Vluchtelingenverdrag / de Conventie van Genève* opgesteld, die bescherming biedt aan personen die uiterst kwetsbaar zijn omdat ze tijdelijk niet de bescherming van een staat genieten. Dit, aldus Feller, is de blijvende bijdrage van het Vluchtelingenverdrag / de Conventie van Genève.

Toch zijn er, tot UNHCR ‘s ontzetting, nog steeds krachten die de geldigheid van dit akkoord in twijfel trekken. "Je kunt je niet voorstellen dat een zinnig persoon iemand het recht zou betwisten om niet terug te worden gestuurd naar een zekere dood," aldus Feller. "De principes van non-discriminatie, het recht om te worden gehoord, en toegang tot rechtvaardige juridische procedures vormen de basis waarop beschaafde samenlevingen zijn gegrondvest. Het Vluchtelingenverdrag / de Conventie van Genève bekrachtigt en versterkt de rechten van vluchtelingen, op grond van fundamentele normen voor de respect van de mens, waardoor ze van toepassing zijn in conflictsituaties of voor het behoud van nationale belangen.”
Er wordt veel gepraat over een nieuwe realiteit voor vluchtelingen en asiel, zei Feller. Maar de realiteit is dat oorlog en vervolging nog steeds vluchtelingen blijven voortbrengen.

"Het drama van de individuele vluchteling blijft zich herhalen ", zei ze. "Onverdraagzaamheid en angst, een vreemdeling in een vreemd land zijn, zoeken naar een veilige thuishaven en wachten op oplossingen – dat zijn de beproevingen die elke vluchteling meemaakt. Het ‘vluchtelingenprobleem’ en de problemen van vluchtelingen zijn twee verschillende zaken."

Feller sprak haar zorg uit over het asieldebat in sommige landen, waar men “onvoldoende rekening houdt met de problemen van asielzoekers”. Daarom legt UNHCR er steeds de nadruk op dat "vluchtelingen mensen zijn, en geen statistieken of globale trends. Hun bescherming is een humanitaire noodzaak, niet een beleidskeuze."

UNHCR heeft er begrip voor dat het voor staten soms moeilijk is om een onderscheid te maken tussen de verscheidene personen die zich aan de grens aanmelden als asielzoekers. Maar men moet erkennen dat vluchtelingen niet gewone migranten zijn, beklemtoonde Feller.

"Het is heel gevaarlijk om vluchtelingen en migranten als één en dezelfde groep te beschouwen”, zei ze. "Er zijn zeker verbanden, maar de bescherming van vluchtelingen veronderstelt een reeks bijzondere rechten en wederzijdse verplichtingen van staten. Die rechten en plichten dreigen te worden ondermijnd als het debat alleen maar of grotendeels wordt gevoerd binnen het kader van legale of illegale migratie. We moeten waken voor een al te gespierde aanpak om migranten van de grenzen weg te houden, zonder de redenen te onderscheiden die hen ertoe brengt te komen. We zijn bang dat de zorg over migratie de aanpak om vluchtelingen te beschermen ondermijnt."

UNHCR ziet met zorg hoe globale migratietrends en internationale misdaad en terrorisme de bereidheid van staten ondermijnen om vluchtelingen op te vangen. Wanneer de grenzen gesloten blijven voor asielzoekers op de vlucht voor vervolging of conflict, worden hiervoor doorgaans uiteenlopende redenen gegeven: de mensen kwamen hier met behulp van mensensmokkelaars; andere staten hebben een grotere verantwoordelijkheid om hen op te vangen; het conflict wordt niet als zodanig erkend; de staatsveiligheid heeft voorrang. Maar wat de reden ook is, het recht om asiel te zoeken, het recht om voor je leven te vluchten en je familie te beschermen komt vaak op de tweede plaats, aldus Feller.

UNHCR staat achter de inspanningen om internationale misdaad en terrorisme te bestrijden, zei Feller. Echte vluchtelingen moeten immers zelf vluchten voor vervolging en geweld, waaronder ook terroristische acties. Men moet intenationale vluchtelingeninstrumenten niet zien als middelen voor terroristen om een veilig heenkomen te zoeken. Integendeel, meent Feller, dergelijke personen worden juist uitdrukkelijk uitgesloten van de bescherming die bestemd is voor vluchtelingen.

“In sommige landen is er een zeer verontrustende neiging om asielzoekers en vluchtelingen te criminaliseren”, zei ze. “Er kunnen weliswaar personen onder hen zijn die verbonden zijn met ernstige misdaden, maar dat is geen rechtvaardiging om allen over dezelfde kam te scheren. Asiel gelijkstellen met een veilige haven voor terroristen is niet alleen wettelijk verkeerd en niet gestaafd door de feiten; het leidt er ook toe dat het publiek negatief over vluchtelingen oordeelt en dat mensen op grond van hun ras of geloof het doelwit worden van discriminatie en haatzaaierij.”

Feller uitte tevens haar bezorgdheid over recente verklaringen van bepaalde staten die de organisatie hebben laten weten dat die “zich zou moeten houden aan de bevordering van bescherming en oplossingen elders in de wereld”. Het mandaat van UNHCR kent geen geografische beperkingen, verklaarde zij.


De volledige tekst van mevrouw Erika Fellers toespraak voor de 55ste zitting van UNHCR’s Uitvoerend Comité kunt u vinden op de UNHCR-website www.unhcr.ch.



* In Nederland spreekt men van het Vluchtelingenverdrag, in Vlaanderen van de Conventie van Genève.

* * * * *

Voor meer informatie:
Diederik Kramers,
UNHCR Brussel
tel: 0(0-32)2-6271739
mob: 0(0-32-)486-089293


Terug  Home